Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij verliet toen de Mandaleng bapa en ging naar de buurt van Tugaran. De buyut van Tugaran wilde van hem niet weten. Hij maakte het den menschen daar lastig, en werd daarom door de gopala opgenomen ') en (weer) in de Mandala ing bapa geplaatst. Nu gebeurde het, dat hij de dochter van den buyut van Tugaran aantrof, toen zij op een gaga-véld boonen plantte. Hij verkrachtte dat meisje; langen tijd was de boon in den zak2), en daarom zijn de boonen van Tugaran gladrond, groot en zoet. Van Tugaran keerde hij weder naar de Mandala ing bapa terug, [8] en zeide: „Als ik (ooit) wat word, dan zal ik aan den kluizenaar van den Mandala ing bapa een groote gift in zilver doen".

Er werd naar Daha bericht gezonden, dat hij weder last veroorzaakte, en zich te Turyantapada verstoken had. Men trachtte hem weer onschadelijk te maken en lieden van Daha zochten naar hem. Hij ging van de Mandaleng bapa weg, en vluchtte naar den berg Pustaka.

Van daar ging hij naar Limbehan, waar de buyut met hem begaan was en hem opnam, doch daarop ging hij weer naar Rabut kedung Panitikan om er te gaan slapen 3). (Daar) werd hem geopenbaard, dat hij naar Rabut gunung Lëjar moest gaan op zwarten Woensdag van de wuku Warigadyan, „de goden zouden dan een vergadering houden", zoo zeide de nini van Panitikan *), „(en) ik zal u helpen en verbergen, vader; niet iemand zal u zien; ik moet (toch) op den berg Lëjar gaan vegen, als er godenvergadering is". Zoo zeide zij.

Ken Angrok begaf zich daarop naar den berg Lëjar, en toen zwarte Woensdag van de wuku Warigadyan was gekomen, ging hij naar de vergaderplaats. Hij verstak zich in den vuilnishoop5), waar hij door de nini van Panitikan met gras overdekt werd. Daarop lieten zich de zeven geluiden hooren: rollende donderslagen, en korte, aardbeving, bliksem, weerlicht, wervel- en stormwinden; er viel regen in een tijd, dat men die niet verwachten kon; onafgebroken waren er regenbogen in het oosten en (te gelijk) in het westen te zien, en daarop zonder verpoozen stemmen, te hooren rumoerig en onstuimig. Het gevoelen van de goden op die vergadering was: „Hij die het eiland Jawa hecht en sterk maken zal, als.... °)" zoo spraken de goden, om beurten roepende '); en „Wie moet er koning over het eiland Jawa worden ?" vroegen zij. Bhatdra Guru antwoordde: „Weet goden, dat ik 8) een zoon heb, die als menschenkind uit een vrouw van Pangkur geboren is, die zal het

4) J.: hij nam een beeld van de poort.

2) De uitdrukking is vermoedelijk dubbelzinnig; mij is het verband en de eigenlijke bedoeling niet duidelijk. — J.: na verloop van tijd werden de boonen. in den zak gedaan.

3) Ananakti, zie bl. 48, noot 42.

4) J.: en dat de goden dan een vergadering zouden houden. De nini van Panitikan sprak: enz.

5) In 't Jav. pawuhan. ?kjjR>?

6) Er staat yaya tandi (var. tadi) mandala. — J. yaya, versterkt ya. Vert.: in welk land — P.: Welke mandala (is het) die Jawa hecht en sterk zal maken?

7) In 't Jav. asalanggapan ujar. — J. Van der Tuuk: familiaar praten.

8) Zie boven.

5

Sluiten