Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in dienst bij den akuwu geweest, vader. Hier kom ik, omdat ik, toen zijne gemalin van een wagen steeg en haar schoot (daarbij) bloot kwam, gezien heb, dat deze een vuurgloed uitstraalde. NU is er een brahmaan, die eerst onlangs op Java gekomen is, de eerwaarde Lohgawe, en mij als zoon heeft aangenomen; hem heb ik gevraagd: „Wat is het voor een vrouw wier schoot een vuurgloed uitstraalt", en hij heeft gezegd: „Zulk een vrouw is de bovenste beste, zij is het die men ardhandrigwart noemt; [11] zij is het die vooral geluk aanbrengt, want al wie haar tot vrouw krijgt, die wordt wereldveroveraar". Ik nu, vader Bango, verlang koning te worden; ik wil Tunggul amëtung dooden, zijn gemalin huwen om koning te worden, vader, en ik vroeg aan mijn eerwaarden vader om zijne goedkeuring (zegen). De eerwaarde zeide toen: „Angrok, mijn jongen, een brahmaan mag het niet goedkeuren '), dat iemand de vrouw van een ander neemt, maar doe alles wat gij zelf wilt". Daarom kom ik nu tot u, vader Bango, om uw goedkeuring (zegen) te vragen, vader, dat ik den akuwu van Tumapël door sluipmoord dood; zeker komt hij (dan) door mijne hand om". Bango samparan zeide: „Dat is goed. Ik, mijn jongen, keur het goed, dat gij Tunggul amëtüng door sluipmoord met een kris ombrengt, maar Angrok, mijn jongen, die akuwu is drachtig gebouwd 2); het kon wel eens gebeuren, dat gij niet door en door staakt3), als gij hem met een minder goede 4) këris zult steken. Ik heb een vriend te Lulumbang, Pu Gandring geheeten; de krissen, die hij maakt, zijn goed; tegen zijn maaksels is niemand bestand 5); men behoeft er geen twee maal mede te steken. Laat hem een këris maken. En als gij die këris hebt °), breng dan Tunggul amëtung door sluipmoord om". Dit was de raad, die Bango samparan aan Ken Angrok gaf. Deze zeide: „Dan ga ik heen, vader, naar Lulumbang".

Hij verliet Karuman, ging naar Lulumbang, en vond daar Gandring aan het smeden. Angrok vroeg hem: „Gij zijt waarschijnlijk Gandring? Wel, maak

mij dan een këris. Hij moet ,in vijf maanden gereed zijn (?) ')".

Mpu Gandring zeide: „Dat kan niet binnen vijf maanden; als gij er een verlangt die goed is8), dan duurt het wol een vol jaar-vóór hij goed geklopt is". Ken Angrok zeide: „Het komt er niet op aan hoe hij gevijld is, maar in vijf maanden moet hij klaar zijn".

Ken Angrok verlaat Lulumbang en gaat (weer) naar Tumapël. Hij komt*

1) Hier in 't Jav. angajëngana.

2) Teguh, ook „onkwetsbaar".

3) J.: kwetst.

4) In 'tJav. kurang yoninya. — J. Van der Tuuk yoni, voortreffelijk? (van een wapen, Wdb. galamet).

5) J.: niemand is onkwetsbaar, wat zijn maaksel betreft.

6) J.: als die af is, is er een kris, waarmede enz.

7) Agatana gawene deningsun, in B agata, in C agati. — P. hét verband vereischt: spoedig, ik heb het hoogst noodig. — J. agati, ana gawe-ne deningsun? ik heb hem snel noodig (zie V. d. T. s. v. agati).

8) J.: als gij er een wilt hebben, moet die goed zijn.

Sluiten