Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar sliep, en geholpen door het toeval, heeft hij diens slaapplaats bereikt zonder dat men bespeurd had '), dat hij er heenging, en Tunggul amëtung in een keer, dwars door het hart, dood gestoken; de Gandringsche kris liet hij met Opzet in de wond zitten 2). Toen het daarop dag geworden was, kwam het aan het licht, dat er in Tunggul amëtung's borst een këris stak 3) die. men herkende als de këris, die Këbo hijo dagelijks 4) pleegde te dragen. De lieden van Tumapël zeiden (daarom) allen: „Këbo hijo, dat is duidelijk5), heeft Tunggul amëtung vermoord, want zijn këris steektc) immers in de borst van den akuwu van Tumapël". Këbo hijo is daarop door Tunggul-amëtung's familie gegrepen, en met die këris, die Gandring gemaakt had, gekrist, dat er de dood op volgde.

Këbo hijo had een zoon, Mahisa randi. Deze was erg bedroefd over den dood van zijn vader. Ken Angrok had met hem te doen 7) en maakte "hem katik (schildknaap), want hij had groot medelijden met hem.

Nu moesten de goden het (verder) in orde brengen ^ dat Ken Angrok werkelijk met Ken pëdës huwde; lang verlangden zij het 9), en niemand van de bewoners van Tumapël durfde iets over Ken Angrok's gedragingen zeggen; ook de familie van Tunggul amëtung hield zich stil, omdat niemand iets durfde 10) zeggen, en zoo huwde Ken Angrok met Ken pëdës.

Deze was toen reeds drie *') maanden van Tunggul amëtung zwanger, maar Ken Angrok besliep haar toch ,2), en zij hielden veel van elkander 13). [13]

Op tijd 14) beviel Ken pëdës van een jongen, het kind van Tunggul amëtung, dat den naam Anüsapati kreeg, en den bijnaam Anëngah.

Nadat zij nog eenigen tijd gehuwd waren geweest, kreeg Ken Dëdës nog een kind, (doch nu) van Ken Angrok, een jongen, Mahisa wong atëlëng; daarop een tweede, bijgenaamd Saprang; een derde, Agnibhaya; en een meisje, Dewi Rimbu; vier kinderen dus had Ken Angrok bij Ken pëdës.

Bij een sëlir 1S), Ken Umang, verwekte hij een zoon, bijgenaamd Tohjaya; een tweeden zoon, bijgenaamd Sudhatu; een derden zoon, Twan Wërgola, en een dochter, Dewi Rambi.

1) In 'tJav. tan kawara. — J.: niet gestuit.

2) In 't Jav. kinatutakën minahd.

3) J.: \vast zat.

4) In 't Jav. sabran dina. — J. Balineesch?

5) In 't Jav. kalingane.

6) J.: zit vast.

7) J.: ging vertrouwelijk om.

8) J.: Dus de goden regelden het.

< 9) J. Ook van één persoon: lang had hij daartoe 't plan.

10) J.: in staat was.

11) Volgens A zes, doch zie beneden.

12) In 't Jav. kavooran.

13) J.: lang hielden zij gemeenschap.

14) J.: Toen haar maanden vervuld waren. [ 15) In 't Jav. binihaji. — J.: vrouw.

Sluiten