Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe de namen gelezen moeten worden kan niet twijfelachtig zijn, en aan welk anachronisme de schrijver der kroniek van Banjar zich schuldig heeft gemaakt, springt ook dadelijk in 't oog, mits men slechts even bedenkt, dat in die kroniek die putri van Pasay daarbij nog de plaats inneemt van de putri Cémpa in de Babad tanah Djawi, (de tante van Raden Rahmat van Ampel gading; de neef heet hier raden Bungsu), dat wil zeggenr dat hij het uiterste begin, het voorspel van het begin, en het einde van de Majapahitsche periode gelijktijdig laat plaats hebben; Arok stierf 1169 (1149) Caka, en de putri Cëmpa, volgens het jaartal op haar graf, in Qaka 1370 (Not. B. C, XXIV (1886), bl. 42).

Dat Ken Dëdës, zooals indertijd door mij gezegd werd, een incarnatie van Dewi Cri was, wordt in den tekst niet met zoovele woorden aangegeven, maar is, volgens de leer der incarnatiën, althans volgens de opvatting der Javanen, een zoo noodzakelijk iets, dat een ieder, ook zonder dat het te kennen wordt gegeven, dit veronderstellen moet of begrijpen zal.

Na zijn doel te hebben bereikt, deelt Ken Arok zijne belooningen uit. Men lette er op welk eene belangrijke plaats ook hier weder de smeden bij de Javanen blijken in te nemen. Wel vindt men hier in het voorafgaande de verklaring van de reden waarom Mpu Gandring's nageslacht vrijdommen verkreeg, doch het satuse apande ') loopt daarnaast toch nog in 't oog.

Reeds Bhatara Brahma had tot Ken Endok gezegd, dat Ken Angrok de toestanden op Java geheel wijzigen zou, zie bl. 2, reg. 6, en iets soortgelijks loopt als een roode draad verder door het verloop van de levensschets van den held van de eerste helft van het boek. Hij brengt het volgens het verhaal zelfs zoo ver, dat hij, na zich zelfstandig heer tè Tumapël te hebben gemaakt, ook tegen Daha zelf aanvallenderwijs te werk gaat, en het te1 niet doet of het onderwerpt. In het vervolg is daarvan intusschen niet veel te bespeuren, men zie het gedeelte, dat loopt over de regeering van Kêrtanagara, Hoofdstuk V. Ongeveer een 50 jaar later vindt men toch in Daha (Kadiri) op nieuw een machtig vorst, Jaya katong, die Tumapël wederom onder dat rijk weet te brengen, waarvan het vroeger een vasalstaat Was, zooals duidelijk uit het voorafgaande blijkt, zie bijv. bl. 13, reg. 27.

Waar Gantër, of Kantër (volgens B), lag of ligt, heb ik niet kunnen uitvinden. Dat is ook met verschillende andere plaatsnamen het geval, waaronder Turyantapada aan het tegenwoordige Turen doet denken 2).

Ken Arok's naam Rajasa, in het prototype van de pralambang 3) tot Ang-

1) Zie echter noot 4 op bl. 62.

2) P. gist, dat Jiput het tegenwoordige Jiwut tusschen Blitar en Panataran zou kunnen zijn. — Kern wijst er op, dat de plaatsnaam Turen in den Nag. als Turayan voorkomt (Nag. 24:2; zie p. 74 der editie). Tugaran is uit een aantal inscripties bekend (OudJav. Oork., Verta. Bat. Gen. 60, 1913, n». XXXI, XXXVIII, XLIII); het moet in de buurt van Singasari hebben gelegen.

3) Tijdschr. Bat. Gen. XXXII (1889), bl. 394.

Sluiten