Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij zeiden: „Wat u daar zegt, is zeer juist". Op den tijd, dien men overeengekomen was, kwamen ') de Tatar's allen ongewapend, in grooten getale(P), om de prinsessen te halen. Zij werden, toen zij de poort Bhayangkara 2) door waren, ingesloten, ,en de deuren werden van buiten en van binnen gegrendeld. Sora had zijn kris op zijn dij gebonden 3). Hij viel toen de Tatar's verwoed aan, en stak ze allen over hoop. Rangga lawe viel die aan, die buiten de paseban waren; hij zette hen na tot waar zij vluchtten, de haven te Canggu4), waar zij achterhaald en afgemaakt werden.

Een tien dagen later ongeveer5) kwamen de troepen, die Malayu waren gaan veroveren, terug, met twee prinsessen. Een van hen, prinses Dara pëtak, werd door raden Wijaya tot binihaji (sëlir) gemaakt; de oudste, Dara jingga, huwde met (een) dewa en werd de moeder van den koning van Malayu °), Tuhan Janaka, wiens kasirkasir') Qri Marmadewa was, en die als koning Aji Mantrolot heette.

De veldtocht tegen Malayu en de val van Tumapël hadden plaats in hetzelfde Qakajaar, 1197. Aji (Jaya) katong werd koning (ratu) in Daha in Qaka 1198 8). Te Junggaluh gekomen (waar hij geinterneerd werd), dichttehij de kidung Wttkir polaman (Vischvijverberg), en toen hij die gereed had, overleed hij.

AANTEEKENING.

In dit hoofdstuk wordt, zooals men gezien heeft, verhaald wat er geschiedde ten tijde dat Jaya katong, de vorst van Daha (Kadiri), heer en meester was over de streken, waarvan in de Pararaton voornamelijk sprake is.

Hoewel met. den val van Tumapël nog niet geheel meester van het terrein, omdat de te velde getrokken troepen onder Raden Wijaya, die naar het noorden waren gezonden, nog verslagen moesten worden, kan men zijn interregnum toch gevoegeiijk met dat feit een aanvang laten nemen. Dit geschiedde dan in 1197 of 1198 Qaka9), zie het einde van dit hoofdstuk, bl. 24 reg. 30 en volgg. In Caka 1216 viel hij weder, en daarmede eindigde het.

Gedurende dat tijdsverloop hadden er gewichtige gebeurtenissen plaats.

Het verhaal vertelt ons, dat in de jaren van zijn bewind het bekende

1) In 'tJav. agëbagan. — J.: in menigte.

2) Klaarblijkelijk de in Nêg. 9:2 beschreven tweede poort van den kraton, bewaakt door de lijfwacht der BhByangkaefsv

3) In 'tJav. den-wulang ing pupune. — J. V. d.T. uit Rangga lawe: kaya sata denwulang pupune.

4) In 't Jav. sohaning Canggu. — J. Bal. sowan, monding eener rivier. - Verg. p. 108 noot 8.

5) In 'tJav. akara.

6) In 't Jav. alaki dewa apuputra ratu ring Malayu. — Zie ook de Aanteekening hierachter.

7) J. Van der Tuuk: kasjrkasir = rawis (naam).

8) Gelijk boven (p. 80 n. 5) bleek, is volgens den Nag. van deze jaartallen alleen 1197 juist als begin van de Pamalayu, doch trad Jayakatwang reeds in 1193 te Daha op, en viel Tumapël pas in 1214.

9) Ten rechte dus: 1214.

Sluiten