Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook hier wederom kan men na het lezen van deze ons van een geheel onafhankelijke zijde toegekomen mededeelingen, slechts komen tot een zelfde gevolgtrekking als boven reeds gemaakt moest worden: billijke twijfel aan de juistheid en den historischen achtergrond van de hoofdzaken, die men in Hoofdstuk V en VI van de Pararaton aantreft, is niet mogelijk.

Zonder twijfel verdienen de Chineesche berichten op verschillende punten meer geloof dan het Javaansche, zooals bijv. ten opzichte van de opgegeven reden der komst van die Chineesche troepen, hoewel het volstrekt niet onmogelijk is, dat die beide prinsessen, bijv. aan de bevelhebbers, toch toegezegd zijn, en het verraad aan het escorte gepleegd zeer wel kan hebben plaats gehad op de in de Pararaton beschreven wijze, doch het is niet noodig zich daarin verder te verdiepen.

Alleen dien ik er hier op te wijzen, dat ik in een zeker opzicht met den Heer Groeneveldt meen te moeten verschillen in de opvatting van de uitdrukking Javanen, die men ook in het hier gegeven referaat aantreft in het gedeelte, waar men zich tegen de landing der expeditie verzetten wil. Blijkens bl. 33 (159) der Notes is het zijne overtuiging, dat men er troepen van Kalang of andere Javanen, die zich aan hen hadden onderworpen, in zien moet; op mij maakt het den indruk, dat zulks de bedoeling niet kan zijn. Met opzet intusschen heb ik hierboven het betrokken gedeelte der Notes"zoo weer gegeven, dat de onzekerheid ook hier in dat referaat niet is weggenomen. Maar er dient opgemerkt te worden, dat hier in deze Chineesche teksten met Java blijkbaar bedoeld is het oude Tumapël, en met Tumapan dus ook Java. Er wordt uitdrukkelijk onderscheid gemaakt tusschen Java en Kalang. Eenmaal heet het: Java en de daar dichtbij gelegen streek Kalang, en dan weer, als Java zich met Kalang verbindt, zie bl. 26 (151) en 26 (152). Als de Chineezen reeds tot Majapahit zijn voortgetrokken en zij zich daar bevinden, komen de troepen van Haji (Jaya) katong van Kalang pas uit het zuidoosten, het zuidwesten, en uit het ?, en vóór hun komst wist men niet waar zij waren, terwijl Tuhan Pijaya een boodschap zond, die toch hierop neerkomt, dat zijn vijand hem reeds tot in Majapahit zou hebben gezoöjït. Aan te nemen, dat deze gelegerd was tusschen deze plaats en die waar de Chineezen hun kamp hadden gemaakt, gaat moeielijk, en als dit juist is, dan kunnen de Javanen, die de landing wilden beletten, ook weer geen lieden van Daha (Kalang) zijn geweest. Wel is waar wordt er in de Chineesche teksten niet uitdrukkelijk gewaagd van verraad door Tuhan Pijaya gepleegd in het begin der expeditie,

told that in the time of the Yüan dynasty the imperial generals Shih-pi and Kau Hsing having come to attack Java, they were a month without obtainingany adyaniage; the water on board the ships was exhausted and the army was in a precarious state; the two generals then prayed to Heaven, saying: „We have received the imperial comroand to subdue the barbarians, if Heaven is with us may a well spring up and if not, let there be no water." Having finished this prayer they thrust their spears with loree into the seashore and immediately water sprang up from the place where the spears-had struck; the water was good for drinking, all drank of it and were saved by this assistance from Heaven. The well existsup to the present day.

Sluiten