Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de aanteekening bij Hoofdstuk IX moet daarop teruggekomen worden.

Het in de 'namen der Maleische prinsessen voorkomende Dara (Dara pëtak, èn Dara jingga) herinnert aan twee der opschriften van Sumatra, welk in 1889 en 1891 (zie Not. B. G., XXVII, bl. 28, en XXIX, bl. 83) bekend konden worden gemaakt, nl. Beschreven steenen Bat. Gen. n°. 53 en 85, waarvan het eene een Dara panu en het andere eén Dara nayana vermeldt.

Deze opschriften, die van West-Sumatra') afkomstig zijn, luiden voluit, n°. 53: anumodandnda mahagendpati pamdnan bhagi ibunda dara panu gharininda gri ampuku kdlüs, hangjaya su... (bewijs van hulde van den Generaal Pamanan aan zijne moeder Dara panu, de gemalin van Z. H. Seigneur Kulus (of TAlus), overwinnende ...) en n°. 85: caitya bhagi dara nayana sampangkagambuddhandm bhawati (caitya voor Dara Nayana... die tot inzicht is gekomen?). Een derde soortgelijk opschrift (Besohr. steenen B. G., n°. 65) luidt : anumodandnda mahdsendpati pamdnan ekalabira bhagi anakda prajhawardhani (bewijs van hulde van den Generaal Pamanan ekala, bira (?) aan zijne dochter Prajnawardhani), en een vierde uit dezelfde streek (Beschr. steenen B. G. n°. 84), dat een jaartal levert: swasti sakawarga atita 1294 (of 1194, zie t. a. p. Not. XXIX, ook 't cijfer 4 is onzeker, daar het een 5 zou kunnen zijn) bulan asuji guklapaksa trayodagi manggala wara

sana tatakala (lees: tatkala) caitya bhagi sira (Heil, Cakajaren verloopen

1294 (of 1194), Asuji-maand, den 13<-n van de lichte helft van de maand, zeven-

daagschen weekdag Dinsdag, toen (daar) te dier tijde (is) de caitya voor

(opgericht). De dubbele onzekerheid in het jaartal maakt het onmogelijk den datum door berekening vast te stellen. Is 1194 (of 1195) de juiste lezing, dan valt dit opschrift, en ook die andere (?), op een merkwaardige wijze geheel samen met de pamalayu, 1197—1215 Qaka.

Het in de vértaling onvertaald gelaten dewa zou een stuk van een naam kunnen zijn2), terwijl het Marmadewa, een der namen van den ratü/ringMalayu, die ook Tuhan Janaka en Aji Mantrolot heette, en de zoon was van Dara Jingga, dwingt om te denken aan het warma in den koningsnaam (vermoedelijk beter -namen) van de andere inscripties van West-Sumatra3), die beneden, bij Hoofdstuk IX, nog eens in herinnering gebracht moeten worden.

1) Zie Voorloopige lijst van oudheden in de Buitenbezittingen, Oudh. Versl.1914,3, bl.108.

2) Met deze opvatting vereenigt zich Ferrand, Journ. asiat. 11: XI(1918), bl. 482.

3) Ook de Sumatraansche onderkoning van Kêrtanagara in de oorkonde van 1208 draagt den naam Mauliwarmadewa. Voluit noemt hij zichcrimatTribhuwanarajaMauliwarmmadewa, hetgeen een groote overeenkomst vertoont met de titulatuur van koning Trailokyarajamaulibhu?anawarmad,ewa, wiens raahasenapati een Buddha-beeld met Kambojaansche inscriptie wijdde in het land Grahi, tegenwoordig Jaiya in Zuid-Siam. Deze inscriptie-is besproken door Coedès,. Le royaume de Grivijaya, Buil. Ec. fr. d'Extr. Or. VIII, 6, (1918) bl. 33—36; het zou een Palembangsche koning zijn,'die hier het gezag uitoefende. De overeenkomst met bovenbedoelde Sumatraansche oorkonde maakt deze onderstelling hoogst aannemelijk en geeft aanleiding het in 1208 aan Kêrtanagara onderworpen rijk van Malayu iti Verband te brengen met het rijk Palembang = Crlwijaya, waaromtrent Coedès 1.1. de gegevens heeft bijeengebracht.

Sluiten