Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het hem niet toe, omdat er maar weinig volgelingen waren, doch de man stond er op Gajah mada stak hem overhoop, in het oog houdende, dat (zoo) iemand het wel eens zou kunnen vertellen, dat de abhatdra bij den buyut van Badandër in huis was, en zoo Kuti dat te weten zou kunnen komen. Na een pasar~ireek. vroeg Gajah mada (zelf) naar Majapahit te mogen gaan. Te Majapahit vroeg hem de amancanagara, waar de bhatdra was; hij vertelde hem, dat deze door de gezellen van Kuti gedood was 2). Allen die het vernamen, (bleken daarover) bedroefd te zijnl Gajah mada zeide (toen): „Houdt u maar bedaard; gij wilt dus Kuti niet tot uw heer hebben?" De toegesprokenen antwoordden: „Wat bedoelt gij daarmee, hij is onze heer toch niet". Toen vertelde Gajah mada eindelijk, dat de abhatdra te Badandër was. Gajah mada zocht daarop bescherming 3) bij de mantri'a en zij beloofden Kuti te dooden, (en) Kuti werd gedood. De abhatdra keerde van Badandër terug, de buyut bleef er achter, en sub (?)4) op den langen duur. Nadat de bhatdra teruggekeerd was, wérd Oajah mada uit zijn betrekking van bëkèl bij de Bhayangkara's ontslagen, twee maanden at hij (nu) palapa 5), en daarop werd hij aangesteld tot apatih van Kahuripan, wat hij twee jaar was; en toen Arya Tilam, de patih van Daha, stierf, werd hij in diens plaats daar aangesteld; te dier tijde was Arya Tadah patih amangkubhumi; deze ondersteunde °) het dat Gajah mada patih van \Daha werd.

[27] Aji Jayanagara' had twee halve zusters, die hij niet wilde, dat met een ander huwden, daar hij ze zelf wilde nemen. Daaróm vermeden de ksatriyd's Majapahit; die er gezien werd, werd gedood; hij mocht soms een zijner zusters willen hebben. De ksatriya's verstaken zich '). De huisvrouw van Tanca verspreidde het gerucht8), dat de vorst haar kwaad had gedaan. Tanca werd daarop door Gajah mada in rechten betrokken 9). Toevallig had Jayanagara een bubuh (gezwel), waardoor hij verplicht was binnen te blijven. Tanca kreeg- bevel het (hem) op zijn bed te gaan snijden l0). Hij sneed er één-tweemaal in zonder gevolg.

1) In 't lav. polahing kawula angiring akëdik amaksakën mulih, „(wat) een handelwijze van een dienaar, als er maar weinig volgelingen zijn, om er op te staan terug te mogen keercn" (?) — J. Vgl. het gebruik van polah, Z. v. a. de reden.

2) J.: in de macht was.

3) In 't Jav. ayom. — J. van ahorn, zie ook V. d. T. — P. is het Oud-Jay. ahöm, beraadslagen. Vert.: had een afspraak gemaakt met de mantri's om Kuti te dooden.

4) Wat sub hier beduiden moet, is mij niet duidelijk; fcasw&,1>eroemd, is voldoende bekend.

5) P.: van de opbrengst van zijn apanage genieten; van alap, nemen.— J. Zie V. d. T. onder lapa, zijn ontslag nemen? of onder palapa, uit phalapa (van phalal), bet. vrucht en voordeel; dus: rust nemen ?

6) J.: toen hem werd opgelegd patih van Daha te worden, was daarmede A. T. het eens, die het ondersteunde enz. — P.: hij was bevriend met A. T., die het ondersteunde enz.

7) In 't Jav. angëkëb ahëtëtan. — J. — ahëthëtan.

8) In 'tJav. aparungon. — J. Ontbr. bij V. d. T.; kan goed zijn.

9) J. adukan, Mal. maar van een zaak; ngadu Jav. ook: verhooren. Oud-Jav. angadwakën; ngalokang, mdhjurakang = aanhitsen? Bal. Van Eek aduang ook: loochenen, bestrijden. De variant ngadokakën, vgl. V. d. T. mdngadokang = adu.

10) J.: prikken. Ontbreekt bij V. d. T. ï

Sluiten