Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ring lagi, ngkdne sórning witdna, munggwi \nï\ng pasabhan, mamüjd ta sang wiku sahppakara ring dikwidik, mangglar bhütabali, mwang yajhd ring dewatd, ri huwusning mamujd mandiri ta sang makudur mwang samgët ry gay yam tyas, huwus motarasanggha '), makalambi sangke harëp, amukamukan bandhana, mandelan pdda 2), hinarëpakning mangheyakurug dnak thdni ngkdne sorning turumbukan, lumka (12 a) s tekang makurug^fhahguyutuyut, manték guluning hayam marnanf tingakën hantiga humarëp ring krodhadega, angutu manavathani, amdngmdng sumambat ri sang minangmang ring dangu, makaprayojana ri kapratisubaddhanikanang sima ri kudadu, tan hananing amungkihnu(ngki)ldngruddhamarawagamariksirn* nakna mne hlèm, tka ri dldhani dldha, nihan lingnya enz., d. i.: „Zij moeten niet aflaten te waken voor het afgekomen genadeblijk van Z. M. den koning, bevestigende den vrijdom van het gebied van Kudadu. Bij die gelegenheid boden de lieden van Kudadu Z. M. den koning als pasëk pagëh (men zou thans bukti zeggen), 10 suwarna'a en een den koning passend kleed aan; aan de rakryan sëlir (bini haji staat er) 8 suwarna'a', aan Qri Jayanagara*,. izijn (of haar) kinapatan, 4 'suwarna'a; en aan de 3 mantri's, enz.

Het trekt hier reeds dadelijk de aandacht, dat bijeen en in de allereerste plaats genoemd worden de vorst, Kërtarajasa, diens bini haji en een zekere Jayanagara, dien men onwillekeurig met hen beiden in verband brengt, en in welken men, na kennis genomen te hebben v(tn hetgeen de Pararaton vertelt, dan ook direct den daar genoeihden Jayanagara, d. i. Kala gëmët, den zoon van Kërtarajasa, en Kërtarajasa's bini haji, terugvindt.

In hoeverre dit mogelijk is, en of dat werkelijk zoo is, daarvoor geve kinapatan den sleutel.

Zooals men reeds weet, is de oorkonde, waaraan ook dit laatste citaat ontleend werd, uit 1216 Qaka = 1294 A. D., en wel uitgereikt op den Hen September van dat jaar. Voorts is het boven gebleken, dat Dara pëtak eerst in Juni 1293 op Java kan zijn gebracht, en eerst daarna door Raden Wijaya gehuwd. Lang had hun huwelijk dus nog niet geduurd, en het zou dus niets vreemds zijn, zoo hier ter plaatse gesproken werd van haar eerste kind, en wel juist van dat, waarvan ook de Pararaton gewaagt. Kinapatan nu doet zich duidelijk voor als een afleiding van kapat; kapat is de „vierde", en als zoodanig zelfs voornamelijk de vierde maand van het jaar; kinapatan iets of iemand, waarvoor of voor wien de vierde maand reeds verloopen is, of nog loopt, öf, als men er een technischen term in zien wil, bijv. iemand voor wien het offer van de vierde maand reeds verricht is 3). Zonder twijfel zullen velen hier dadelijk denken aan het bekende offer, dat ook in die maand van de eerste zwangerschap der Javaansche vrouwen

1) Er staat motaratasanga.

2) Er staat pdna.

3) Volgens Poerbatjaraka beteekent kinapatan de vier gezamenlijke voogden van Jayanagara (lett. „bevierd"); verg. panakawan van sakawan (= vier).

Sluiten