Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot op bl. 30, reg. 5 is er van geen anderen Pramicwara (of Paramecwara) sprake, en de daargenoemde heet dan nog Hyang Paramecwara (op bl. 31, reg. 8, 10 en 35 evenwel Paramecwara zonder meer), zoodat met Pramecwareng Wëngkër, bl. 28, reg. 35; Pramecwara,-bl. 29, reg. 8 (zoo hier te lezen in plaats van Paramecwara), en Pramecwara, den vader van Paduka Cori, bl. 29, reg. 8, één en dezelfde persoon bedoeld is^wlèna overlijden in 1310 Caka op bl. 30, reg. 19 wordt bericht, met de woorden Bhra Pramecwara Pamotan mokta. In dit laatste ontmoet men het Pamotan van bl. 27, reg. 16 weer, evenals men het Wëngkër van ibid. reg. 15 reeds weerom vond in het Pramecwareng Wëngkër van bl. 28, reg. 35. Louter toevallig kan het zijn, maar het verdient toch de aandacht, dat behoudens op die ééne plaats, bl.,29, reg. 8, de eerste dezer beide laatste personen (= Raden Kudamërta) steeds aangeduid is met Pramecwara (of Pramicwara) en de tweede met (Hyang) Paramecwara ').

HOOFDSTUK IX. Bhreng Kahuripan. Caka 1250—1272.

Bhreng Kahuripan, eene vrouw, werd koning (prabhu) in Qaka 1250.

Zij had drie kinderen, Bhatara prabhu, ook'geheeten Cri Hayam wuruk en Raden Tetep; bijnamen van hem waren, als hij wayang speelde2) dalang Tritaraju, tegenover vrouwen (?)3) Pagër antimun, bij de schevtü-wayang Gagak katawang, als ciwaiet Mpu Janecwara, als koning bij zijn kroning Qri Rajasanagara, doch als koning ook Bhra sang hyangsWëkasing sukha; op dezen volgde een meisje, dat met Raden Larang huwde, die Bhreng Matahün heette, kinderen had deze niet; de jongste was Bhreng Pajang, die huwde met Raden Sumana, alias Bhreng Paguhan, een neef van Bhreng Kahuripan, de vrouw van 4) Bhra Gundal, die te Sajabung werd' bijgezet, dat als dharma Bajrajinaparimitapura heette. <pff

Daarna had de geschiedenis te Sadeng plaats. Tadah, de patih amangkubhumi, was ziek en kon nu en dan 5) niet op audiëntie gaan; hij verzocht 6) Hare

1) Dat dit inderdaad slechts toeval is, volgt uit twee inscripties van Biluluk, waar juist de eerste als Paramecwara voorkomt. Hij heet op de in de vorige noot bedoelde oorkonde Paramecwara Pamotan, op de andere cri Paramecwara sira sang mokta ring Wisnubhawana. Zie Oudh. Versl. 1.1., benevens 1917, 4, bl. 118 en 1918, 4, bl. 176.

2) In 't Jav. anapuk. — J. Ontbr. V. d. T, Vgl. v. d.-T. anapuk kulkulan, alarmblok. Dus bespelen van een instrument? Of teeken geven in de muziek?

3) In 't Jav. amadoni, in C amadonani. — J. Als vrouw, in vrouwenrollen. Ontbr. bij V. d. T. — Kern Nag. p. 15: mededingende met anderen.

4) Het is geenszins zeker dat de vertaling hier goed, evenmin als dat de opvatting van het voorafgaande de juiste zou zijn. — J. stri bij Bhr. Kahuripan; 't volgende de naam?

5) J.: een poos.

6) In 't Jav. anguswaken. — J. Vgl. V. d. T. s.v. kusu; uiten?

Sluiten