Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De dood van de vorstin van dit hoofdstuk kan slechts op bl. 29, reg. 32, in Hoofdstuk X, vermeld zijn, waar men leest, dat er tusschen 1293 en 1298 Qaka een Bhre Kahuripan zoowel als een Bhre Daha overleed.

Behoudens van de echtgenooten van Kërtarajasa (Raden Wijaya) werd het afsterven der personen van het geslacht, dat voorafgaat aan dat van Jayanagara en diens halfzusters, in het voorafgaande behoorlijk geboekstaafd. Om die reden zou bij de eerste vermelding van den dood van een Bhreng Kahuripan en een Bhreng Daha het eerst aan die weduwen moeten worden gedacht, terwijl het mogelijk zou kunnen zijn, dat die van Dara pëtak, als zijnde een bini haji, maar niet vermeld was' geworden. Toch gaat het niet aan op de genoemde plaats in die beide dames nog Kërtanagara'a dochters te zien. Immers Tumapël was in 1197 Qaka gevallen, en op dat oogenblik moet men stellen, waren deze heiden toch minstens reeds meisjes van een jaar of tien, om maar een cijfer te noemen. Zij zouden dus in 1293 Qaka beiden reeds meer dan honderd jaren oud zijn geweest, maar hoezeer het ook mogelijk zou kunnen zijn, is het toch zeker niet zeer waarschijnlijk, dat zij, en dat nog al beiden, dien hoogen leeftijd bereikt zullen hebben ').

Na deze beide personen, de gemalinnen van Kërtarajasa, komen zijne dochters voor die plaats in aanmerking. Ten opzichte van dezen, kan men slechts vaststellen dat zij om en bij 1217 Qaka het levenslicht moeten"hebhen aanschouwd; eerder is mogelijk, later echter niet2). Nu wordt, als men den tekst verder volgt, na de beide sterfgevallen op. bl. 29, reg. 31 en 32, van het afsterven van een Bhre . Kahuripan eerder niet weer gewaagd dan in 1323 Qaka, bl. 30, reg. 37, terwijl een Bhre Daha als gestorven pas weer voorkomt in 1338 Qaka, bl. 31, reg. 21. De verhouding zou in dit geval nog ongunstiger zijn dan bij het in de vorige alinea gestelde. Bhre Kahuripan zou minstens 106 jaren en Bhre Daha volgens dezelfde uitrekening 121 of meer jaren oud zijn geworden.

Er rest dus geen andere conclusie dan in de Bhre Kahuripan van bl. 29, reg. 32 werkelijk de eerste prabhu stri te zien, en in de Bhre Daha hare zuster. Ook zoo zouden deze beide personen toch nog vrij oud geworden zijn, méér dan 76—81 jaar, doch het is moeielijk er nog andere personen van den zelfden naam in te ontdekken, zooals bij het volgende hoofdstuk blijken zal3). Bevreemding wekt het intusschen, dat er bij Bhre Kahuripan's overlijden niet vermeld staat, dat zij de prabhu istri was, evenzeer als men, waar het die Bhre Daha geldt, ook

1) Hoewel de val van Tumapël eerst in 1214 heeft plaats gehad, is Brandes' éonelusie niet minder juist gebleken.

2) Ook dit gaat niet meer op, daar wij thans weten (bl. 124, noot 1), dat de vader der prinsessen eerst in 1231 overTeed. Ook dan echter zouden zij. bij een eventueelen dood in 1323 en 1338 een onwaarschijnlijk hoogen ouderdom hebben bereikt.

3) De ouderdom kan overeenkomstig de vorige noot met 14 jaar verminderd worden. Beide vorstinnen leefden, toen in 1287 de Nagarakrëtagama verscheen, en waren klaarblijkelijk ongeveer tien jaar later overleden.

Sluiten