Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Majapahit het plan de Sundaërs te omsingelen. Dezen 2) wilden de prinses geven, [29] maar dé menak,s stonden dat niet toe, en zeiden te Bubat te zullen sterven, zich niet te zullen bukken, mocht het al tot bloedstorting komen 3). De gelofte van de menak'a verwekte grooten krijgslust 4), de Sunda'sche hoofden (?) 5) verlangden den strijd, Larang agung, Tuhan Sohan, Tuhan Gëmpong, Panji Mëlong, de lieden van Tobong barang, Rangga cahot, Tuhan Usus,'Tuhan Sohan, Urang pangulu, Urang saya, Rangga kaweni, Urang siring, Satrajali, Jagatsaya, alle Sundaërs hieven tegelijk een krijgsgeschreeuw aan; versterkt6) door het klinken der reyong's T) klonk het krijgsgeschreeuw als een aardstorting 8). Koning Maharaja sneuvelde het eerst, hij stierf met Tuhan Usus. Bhra Pramecwara begaf zich naar Bubat, niet wetende, dat er nog veel Sundaërs over waren en dat de voornaamste °) menak'1» in het gevecht waren. De Sundaërs maakten een zuidwaartsche beweging, de Majapahiters verloren het. De aanval werd echter weer afgeslagen en de troepen werden weer tot stand gebracht door Arya Sëntong, patih..Qtovri, patih Marga lëwih, patih Tëtëg, en Jaran bhaya. De mantri's araraman vochten te paard, (daarop)" verloren de Sundaërs het, zij deden (nog) een aanval naar het zuidwesten juist daar, waar Gajah mada was, maar iedere» Sundanees, die voor zijn wagen kwam, kwam om. Als een zee van bloed (was 't slagveld), er lag een berg van lijken, alle Sundaërs werden zonder uitzondering afgemaakt, in Caka 1279.

De tocht naar Dompo viel santenI0) met de bestrijfïing der Sundaërs. Daarna gebruikte Gajah mada (weer) palapa "). Elf jaar was hij amangkubhumi.

Na den dood van de prinses van Sunda huwde de koning (prabhu) met de dochter van Bhra Pramecwara, Paduka Cori> en kreeg bij haar een dochter, Bhre Lasëm, de schoone; bij een sëlir (rabihaji) had hij een zoon, Bhre Wirabhumi, die door Bhre Daha tot zoon werd aangenomen.

Bhre Pajang 12) kreeg drie kinderen: Bhra Hyang wicesa, wiens ksatriyanaam Raden Gagak sali was, en die als ratu Aji Wikrama heette, deze huwde met Bhre'Lasëm, de schoone, en kreeg bij haar een zoon, Bhra Hyang Wëkasing sukha; het tweede kind was een meisje, Bhre Lasëm, de dikke, die met Bhra Wirabhumi huwde; het derde eene dochter, Bhre Kahuripan.

1) J. apangarah op 31 (bis): strijders oproepen.

2) J.: nl. het volk.

3) In 't Jav. manggëtoha gèlih. '■— J. mangëtoha, al zouden zij op het spel zetten. — P.: en wilden hun bloed inzetten.

4) J.: agawe pangrus, om te vechten (pangrus = strijd).

5) In 't Jav. adi.

6) In 't Jav. pinagut.^— J.: gestooten, samentreffende met.

7) J.: bekkens.

8) P.: uitbarsting.

9) Ook hier adi.

10) Lees tunggal lan.

11) Zie bl. 128, noot 5.

12) Zie boven, bl. 139.

Sluiten