Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bhre Tumapël had een zoon, die als ksatriya Raden Sotor heette, hino van Koripan was, daarna hino van Daha, en daarna hino van Majapahit werd; hij had een zoon, Raden Sumirat, die Bhre Kahuripan huwde, en Bhre Pandan salas werd.

Daarop had het groote gróddha-oSet ') plaats in 1284.

De apatih Gajah mada overleed2) in 1290 [lees 1286]. Gedurende drie jaren werd er niemand in zijn plaats als apatih aangesteld. Gajah ënggon werd (eerst) apatih in Caka 1293-.

Bhre Daha sterft en wordt bijgezet te Adilangu, dat als dharma de Purwawieesa-berg heet.

Bhre Kahuripan sterft en wordt bijgezet te Panggih, dat als dharma de Pantarapürwa-berg heet.

Daarop ontstond er een nieuwe berg, in Caka 1298.

Daarop bad in (de wuku) Mada(ng)siha een bergstorting plaftts, in Qaka 1307.

[30] Bhre Tumapël, nl. die te Qunyalaya stierf, stierf in Qaka 1308; hij werd bijgezet in Japan, dat als dharma den naam Sarwajnapura kreeg.

Bhra Hyang wicesa had tot kinderen: (1) Bhre Tumapël; (2) eene dochter Bhre prabhu , istri (de tweede koningin van Majapahit, die zelf regeerde), als koningin Dewi Suhita; en (3) een zoon, zijn jongste kind, Bhre Tumapël Qri Kërtawijaya,

Bhre Pandan salas had tot kinderen: (1) Bhre Koripan, d.i. Bhra Hyang Paramecwara, Aji Ratnapangkaja volgens zijn koningsnaam, die met de prabhu istri huwde, doch geen kinderen had; (2) een dochter Bhre Lasëm, die huwde met Bhre Tumapël, (3) nog een dochter Bhre Daha, die huwde met Bhre Tumapël, die het jongste kind was evenals zij.

Bhre Wirabhumi had (1) een zoon Bhre Pakëmbangan, die op de jacht stierf, (2) een dochter Bhre Mataram, die huwde met Bhra Hyang wigesa, (3) een dochter Bhre Lasëm, die huwde met Bhre Tumapël, (4) een dochter Bhre Matahun 3).

Bhre Tumapël had (1) een zoon, die te Wëngkër stond, en met Bhre Matahun huwde; (2) Bhre Paguhan; (3) bij een tweede vrouw een dochter Bhre Jagaraga, die huwde met Bhra Paramecwara, maar kinderloos bleef; (4) Bhre Tanjungpura, die huwde met Bhre Paguhan, doch evenzoo kinderloos bleef; (5) Bhre, Pajang, die evenzoo de vrouw van Bhre Paguhan werd, maar evenzöo ^kinderloos bleef.

Bhre Këling nam Bhre Këmbang jënar tot vrouw.

Bhre Wëngkër's zoon was Bhre Kabalan.

1) Pacraddhah, van crdddha, het Offer aan de gestorven familieleden.

2) In 't Jav. atëlasan. — J. Ook verder steeds van een patih, een einde hebben. >Ontbr. in deze beteekenis bij Van der Tuuk.

3) In de eerste editie is Bhre Lasëm uitgevallen, en staat abusievelijk Mataram in plaats van Matahun.

Sluiten