Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den naam Rajasanagara evenwel niet meer gespaard was dan de eerste lettergreep. Toch behoeft-hier niet getwijfeld te worden. Vulden wij daar de gaping, in het opschrift aan door middel van den tekst van de Pararaton, hier dient deze bevestigd te worden door nog een andere oude. oorkonde, die uit 1295 Caka dagteekent, en met een stuk dat door dezen vorst geïtereerd is geworden, reeds in 1880, door den Heer KxP. Holle in facsimile en transcriptie is uitgegeven'), wat nog in hetzelfde jaar aan Prof. Kern aanleiding gaf die beide piagëm's nogmaals te transcribeeren en voor het grootste gedeelte te vertalen 2).

De oorkonde uit Qaka 1295 noemt Z. M. Rajasanagara, Dyah Hayam wuruk, als regeerend vorst, op de navolgende wijze: (12a)... yatika nimitta dyah parih pranamya bhakti pdduka bhatdra gri rajasanagara, dyah hayam wuruk,mang (12b) hyang ri waluydnikang bungur muliha dharmasimdnuta sarasaning pragdsti ring puhun malama; ndd tan tinëngët de pdduka bhatdra gri hayam wuruk, makakarana deni kadrdabhaktin dyah parih, mwang kawidagdan rasika marki pdduka bhatdra gri rdjasawarddhani, mwang yugalanira gri ranamanggala, apan gri rdjasawarddhani duhitd sangkeng sdnak pamungsu de gri haydm wuruk, muang gri ranamanggala putra sangkeng sdnak agraja de gri mahdrdja, „naar aanleiding hiervan dan heeft Vrouwe Parih zich onderdanig buigende voor Z. M. Rajasanagara, Dyah Hayam wuruk, gesmeekt, dat Bungur op nieuw een (vrij) rechtsgebied mocht worden, overeenkomstig den inhoud van de in vroegereu tijd uitgevaardigde acte, en Z. M. Hayam wuruk heeft zulks ingewilligd, uit consideratie van de onwankelbare onderdanigheid van Vrouwe Parih en van de bekwaamheid, waarmede zij H. H. Rajasawardhani en haren partner Z. H. Ranamanggala heeft opgepast; nu is H. H. Rajasawardhani eene dochter van den jongsten broeder (of zuster) van Z. M. Hayam wuruk, terwijl Z. H. Ranamanggala een zoon is van den ouderen broeder (of zuster) des konings" 3), maar levert zoo tevens weder de gelegenheid om aan te toonen, dat in het Hyang "Wëkasing sukha in de vierde strophe van de Arjunawijaya zijn persoon schuilt 4), die, zooals uit de Pararaton blijkt, ook dien naam droeg.

Naast Rajasanagara vindt men er toch een neef van hem genoemd, die Ranamanggala heette, een naam, dien men zoowel in -de Sutasoma als in het juist genoemde gedieht aantreft als dien van den fautor van Mpu Tantular, den maker dezer beide kakawin1». Ziehier de gedeelten dezer beide gedichten, die ter zake van belang zijn.

1) Verh. Bat. Gen., XXXIX.

2) Versl. en Meded. Kon.'Ak. van Wetenschappen, afd. Letterk.. 2: X (1881), bl. 77— 115. — Herdruk in Verspr. Geschr. VII (1917), bl. 17—53.-

3) Mijne vertaling hier wijkt uit een open reden, bepaaldelijk in de eigennamen, van die van Prof. Kern eenigszins af.

4) Hierop werd reeds gewezen in De koperen platen van Sëmbiran (Boeleleng, Bali), oorkonden in het oud-Javaansch en het óüjkBalineesch, in Tijdschr. Bat. Gen. XXXIII (1890), bl. 30,' noot.

Sluiten