Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn eigentlijke naam Kirana langu, 0Lï, was. Zijn pleegvader komt hem na zijn troonsbestijging aan zijn belofte herinneren, en hij stelt er, zich tevens bekend makende, Gajah mada van op de hoogte, die de moeielgkheid weet op te lossen door den tuwak-man tot hoofd aan te stellen over allen, die dat vak nog verder beoefenden. Daarop—verneemt men nu in Tanjung pura, wie eigentlijk de nieuwe vorst van Majapahit is. \Zijn vader laat de juistheid van hetgeen hij verneemt onderzoeken, en als het nu ook van die zijde erkend is geworden, schikken zich alle vorsten van Java onder zijn bewind. Uit het huwelijk wordt een dochter geboren, die den naam krijgt van Raden Galuh Candrakirana, en wier schoonheid overal geroemd wordt. Dit komt ook ter oore aan den toenmaligen vorst van Malaka, Sultan Mansur Shah '), die besluit haar ten huwelijk te gaan vragen. Hij laat te Singapura en te Singaraya2) een groote vloot gereed brengen van 200 driemasters, stelt zijn rijk onder Paduka raja den bandahara, Sri Naradiraja en Sri Wijadiraja, kiest 40 edelknapen en 40 freules uit, wier chef Tun Bijasura wordt, en begeeft zich met dezen op weg naar Majapahit, ook vergezeld van den vorst van Indragiri, dien van Djambi, dien van Lingga en dien van Tungkal OJjCü') 3), die hij daartoe uitgenoodigd had. Als hij Majapahit bereikt, zijn daar ook de vorsten van Daha en van Tanjung pura. Hij wordt luisterrijk ontvangen en ziet zich zelfs de hoogste plaats onder allen toegewezen. Ook hem stelt nu de batara van Majapahit op de proef, op een zelfde wijze als hij dat die twee andere vorsten had gedaan, door hem, behalve een statie-kris, nog 40 andere krissen ten geschenke te geven,

1) Na Sëkandar Shah, zie bl. 154, noot 2, volgen bij De Hollander: Magat, 1274—1276, Mohammad Shah, 1276—1333,

Abu Shaid, 1333—1334, •

Modhafar Shah, 1334—1374,

Mansur Shah, 1374—1447. Deze laatste vorst vertegenwoordigt het 9» geslacht gerekend van Tribuwana (Nila" utama), die een broeder was van Maniyaka, uit wien de prins van Tanjung pura was gesproten. Daar deze van dien vorst een afstammeling is in 't 5« geslacht, zie de vorige aanteekening, was de prinses van Majapahit dus iemand uit 't 6e geslacht, wat een verschil van drie geslachten geeft. Bij de beoordeeling van het verhaal is het wellicht niet ongewenscht' hier even op te letten. Candrakirana is het meest bekend als de naam van de prinses 'van Daha, Raden Panji Ino Kërtapati's verloofde.—{Vgl. Poerbatjaraka in Tijdschr. Bat. Gen..58 (1919), bl. 478). — De Heer Rouffaer is zoo vriendelijk als resultaat zijner onderzoekingen mede te deelen, dat men thans voor de vorsten van Malaka het volgende lijstje kan opstellen:

1 Përmaisura (= Raja Iskandar Shah) ca. 1390—1414.

2 (of 2—2»?) Raja Mëgat? (= Raja Bësap,Muda?). . 1414—1424.

3 Maharaja (Sultan?) Mohammad Shah 1424—1445 (of 1450?).

3»Abu Shaid Sultan? 1445—1450?

4 Sultan Mudhafar Shah 1450—1458.

5 Sultan Mansur Shah 1458—1477.

2) Dit Singaraya moet zijn: Sungairaya, en deze „Groote Rivier", de Rio Formoso der Portugeezen, is de Sungai Batu Pahat, tusschen Muar en Malaka's Zuidpunt. Dit Sungairaya-gebied was het erfelijk apanage-gebied van Malaka's Laksamana (aanteekening van G. P. Rouffaer).

3) In Palembang. 'fijflP

Sluiten