Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zonder twijfel was hef een bijzonder man, en waren zijn verdiensten niet gering. In Pararaton wordt er van zijne verdiensten als rechtskundige of als rechter niet gewaagd').* Als zoodanig is hij bij de Javanen van Java nog bekend 2). Hier vindt men hem uitblinkende in andere hoedanigheden. Hij redt Jayanagara van den rand van den afgrond, weet, of weet dat niet, zulks is niet duidelijk, de rust te herstellen onder het bewind van de eerste prabhu istri van Majapahit, is de held van vele veroveringen door Majapahit gemaakt en waardoor het zich koloniën verschafte, en speelt ook eene groote rol tijdens de regeering van Hayanï wuruk, daar hij zich blijkbaar verzet tegen het door den vorst gewenschte huwelijk met de Sundasche prinses, dat hem daarentegen, uit een politiek opzicht, juist niet gewenscht voorkwam.

Eerst in 1293 volgt hem Gajah ënggon als patih op, bl. 29, reg. 29. Deze bleef dit 27-jaar. Hij stierf in 1320 Caka, zie bl. 30, reg. 28.

Daarop bekleedt Gajah manguri die functie van 1320—1332, zie bl. 30, reg. 29 en bl. 31, reg. 16, en hij was het dus 12 jaar. Duidelijk is het, dat in overeenstemming daarmede de tekst, bl. 31, reg. 17, verbeterd moet worden, zij dit nu al met, dan wel zonder invoeging van gumanti, men zie de aanteekening bij de vertaling (bl. 178).

Een zelfde fout vindt men op bl. 31, reg. 20, waar men vermeld vindt, dat Gajah lëmbana, die, ibid. reg. 17, genoemd wordt als de opvolger van den in 1332 gestorven patih, in 1335 overlijdt. Hij had dus drie jaren die functie bekleed, en daarom is ook daar het volgende tigang tahun, tot verbetering van den tekst, bij het voorafgaande te trékken.

Dat blijkt ook uit het vervolg, daar zijn opvolger, Tuhan Kanaka, en daarmede zijn wij hiér aan het eind der opsomming gekomen, na in 1335 patih te zijn geworden, bij zijn overlijden in 1352 (zóó te lezen voor 1363), gezegd wordt 17 jaar die betrekking bekleed te hebben, zie bl. 31, reg. 20 en 29. Dezen Tuhan Kanaka vindt men terug in het wetboek Adigama, geplaatst intusschen in zulk een omgeving (Bhra Qiwa en pangdang gëndis), dat men vermoeden moet dat dat wetboek eerst vrij lang na zijn dood ontstond of den ons bekenden vorm kreeg 3).

1) Wel worden die in Nag. 12:4 gehuldigd.

2) Zooals mep bij Raffles, History of Java, II, bl. 441, vindt opgegeven, bestaat er een wetboek, dat zijpen naam draagt, „Gaja Muda, a similar work, supposed to have been written by Gaja Muda, the Pateh of Jhe Great Browijaya of Majapahit". Vermoedelijk vindt men het in n°. 25 van zijne in de Royal Asiaijc Society te Londen opgeborgen verzameling Javaansche handschriften, Bijdr. T. L. en Vk., II, 1854, bl. 343. Ook het Ned. Bijbelgenootschap te Amsterdam heeft er een exemplaar van, dat schuilt in n°. 56 van Engelmann's Catalogus, Tijdschr. van Ned. Ind. 1870, II, bl. 176. Het is maakwerk van een betrekkelijk zeer nieuwen tijd. — Zie nog Juynboll, Supplement op den Catalogus van de Javaansche en Madoereesche handschriften der Leidsche Universiteits-bibliotheek, II (1911), bl. 442.

3) In het begin van dit wetboek, dat in den kolophon Kutaramanawadi of Kutaramanawa pleegt te heeten, doch de werkelijke Kutaramanawa niet is, daar dit het wetboek is dat door Dr. Jonker in zijn Een Oud-Javaaftsch wetboek vergeleken met Indische rechtsbronnen (1885) werd uitgegeven, komt een jaartal voor, mfagg™?, dat misschien met opzet

Sluiten