Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het oog moet loopen, als hij slechts letten wil op de uniformiteit van den opzet, het raam van de verhalen, de geijktheid der taal, desnoods ook hier perioden onderscheidende, al naarmate zij een korter of langer leven reeds achter den rug heeft. Het boeken maken, het schrijven van gedichten is bij de Javanen dan ook van oudsher iets van beteekenis geweest, zooals ook uit bepaalde feiten blijken kan.

Onderzoekt men idie over den ouderen tijd uitvoeriger babad's iets nauwkeuriger, bijv. door er zich een kort overzicht van te vervaardigen, een inhoudsopgave of een reeks van titels van hoofdstukken, waarin men zulk een boek zou kunnen verdeelen, dan bespeurt men spoedig, dat zulk een geschrift, van een bepaald standpunt, al evenzeer een handboek voor de Javaansche letterkunde zou kunnen worden genoemd als een geschiedverhaal; dat zulk een boek evenveel recht zou hebben op een titel Sèrat kanda, zooals men bij Raffles {surat kanda) vindt '), of pèpakèm, in den zin van handboek, voor wat zal zoo dadelijk blijken, als op babad: Nog sterker loopt dit in het oog als men in zulk een geschrift, waarin men ook steeds tallooze genealogische opgaven aantreft, geen jaartallen vindt genoemd, die den tijd aanwijzen, waarin de gememoreerde gebeurtenissen zouden hebben plaats gehad; en wat zeker van nog meer belang is, als men in den tijd teruggaat en de verschillende hier in aanmerking komende geschriften in de vergelijking trekt, dan komt men feitelijk het laatst terecht bij een handboek voor den dichter2).

Het is ondoenlijk dit hier in bijzonderheden aan te toonen, te minder daar i hier ook nog op een wisselwerking dient gewezen te worden, welke er plaats j moet hebben gehad tusschen de geschreven en de mondelinge traditie, daar naast de voortgezette reeks van voortdurende repetitiën in een vasten vorm (geschreven 1 en bij voorkeur in maat) van de oude, langzamerhand in talrijkheid toenemende '

1) Eari dezer soort teksten begint botweg: purwakanda jënënging jëng nabi, nabi adam jumënëng ing mëkah; een ander na iiet jaartal met den datum (woga-guna-sabta-janmi, 1731 of 1739 i A. D. 1804 of 1812) ndan purwanikang carita, katidanipun ringgit paruwa nenggih. Paruwa is een nieuwe vorm voor parwa, en zou men als een der schakels kunnen beschouwen tusschen dit woord en het er voor in de plaats getreden purwa, waar dit laatste den zin van wayang purwa heeft.

2) Nl. de Candakirana of Candrakirana, de ons door de opstellen van den Heer K. F. Holle en Prof. Kern, Tijdschr. Bat. Gen. XVI (1867), bl. 461, en Actes du 6>*> Congres des Orientalistes, III, 2 (1885), bl. 1 [Verspr. Geschr. IX (1920), bl. 273], welbekende Koca. Uit dit handboek van den dichter, dat bestaat uit een handleiding voor de spelling van Sanskrit woorden en de oude (Hindu) metriek, waarin o. a. ook de Arya beschreven wordt, en een woordenboek yan synoniemen, dat. op Amarakosa's Amaramala gebaseerd moet zijn, zie Tijdschr. Bat. Gen. XXXII (1889), bl. 130, nootl, ontstond het Cantakaparwa (proza-handboek voor het stellen van fraaie literatuur-producten), dat op zijn beurt naar alle waarschijnlijkheid weer het leven hééft gegeven aan de Ramacrama's en.de Sërat kanda's. De titel Van de Candakirana (een opzettelijke wijziging van Candrakirana, omdat het over versmaten, chanda, handelt, of slechts uit een vergissing geboren) is ontleend aan de beginwoorden van het boek: kiranawiyaticandrdgni. Vooral in lateren tijd heeft dit geschrift, dat zeer oud schijnt te zijn, zie t. a. p. in Tijdschr. Bat. Gen. XXXII, een grooten invloed gehad. Voor zoover de eigentlijk gezegde kakawin'ts betreft, stuit men op het eigenaardige verschijnsel, dat deze, metrisch althans, er als het ware buiten om van zijn vervaardigd. — Verg. nog Juynboll, Supplement-Catalogus enz., I (1907), bl. 170 en II (1911), bl. 219.

Sluiten