Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt, Zang 401, maar zoo Balambangan dan ook voor de derde maal Majapahit als souverein had doen erkennen.

De eerste maal toch dat dit was geschied, was reeds onder Ardiwijaya geweest, den grootvader van Këncana wungu, de prabu kënya, zie Zang 379; de tweede maal had het plaats gehad, toen Damar wulan, toenmaals nog geen koning, Menak Jingga versloeg, Zang 384 en volgg.; en dit nu was de derde keer, dat het geschieden moest en gelukken kon, doch van verdere en groote veroveringen bij' deze gelegenheid of door dien veroveraar, den lateren adipati van Pëngging, gemaakt^ is geen sprake, daar zijne heldenfeiten zich slechts bepalen tot*het weder ten onderbrengen van BalambaiTgan en Bali door middel van de krokodillen zijns vaders.

Geheel anders was het geweest bij de eerste verovering van de beide genoemde latere onderhoorigheden van Majapahit, zie Zang 379. Door Ardiwijaya gezonden, vindt Dangdang wëcana van. Tuban, de vader van Rangga lawe, tengevolge van een daar uitgeschreven sayëmbara, op Bali allerlei vorsten vereenigd (Bugïs, Mangkasar, Sëmbawa, Bafajar, Tarnate, Bandan, Ambon, Bawiyan), en verslaat hij ook dezen, na den vorst van Bali overwonnen te hebben, hen daardoor dus te zelfder tijd vasallen van zijn heer en meester makende, iets waarop hier slechts nog even gewezen wordt, vóór er wordt overgegaan tot het plaatsen van het overzicht van het bedoelde gedeelte dier Sërat kanda, omdat men' bij Raffles, History of Java, II, bl. 132, zie hierboven noot 1 op bl. 204, wat hier door Dangdang wëcana verricht heet te zijn, als door Andayaningrat, den ratu Pëngging, verkregen, is voorgesteld, en dat, terwijl men bij Raffles op bladz. 120, zonder dat er eigentlijk in bijzonderheden wordt gegaan, ook leest, this prince (d. i. Ardiwijaya), however, is distinguished by the extents of his conquests. Dit laatste is nl. in overeenstemming met onzen tekst, en aan groote veroveringen onder Angkawijaya, tijdens wiens regeering, die te lang duurt, Majapahit toch geheel in verval geraakt, viel toch moeielijk te denken. Zoodat het er den schijn van heeft, dat Raffles, of zijne zegslieden, ook hier het aangetroffene minder juist hebben weergegeven, waarop te wijzen zijn nut kan hebben, al wordt er hier niet mede bedoeld eenige kritiek te geven op het Xe hoofdstuk van de History of Java, daar dit toch eerst behoorJtgk zal kunnen geschieden na in kennis te zijn gekomen met hetgeen de door hem nagelaten verzamelingen opleveren.

Doch zie hier nu wat de Sërat kanda van Majapahit vertelt.

Als Majapahit is" gesticht en Raden Susuruh daar onder den naam Brawijaya in 1221 (sela-mungal-katon-tunggal), tot koning over het nieuwe rijk is gekroond (Zang 374), onderwerpt zich heel het Oosten aan hem. Hij maakt Wirunpëpatih onder den naam Adipati Wirun, en Hambi wordt als tumënggung Rëksapura wédanajêro. Hij haalt zijne garwa, die hij in Galuh had gelaten, en helpt zijnen broeder Arya Bangah in zijnen strijd tegen Ciyung wanara. In dien strijd wordt de eerste verslagen, zoodat hij naar Lëbak ciyu moet vluchten, en Galuh verbrand wordt. Hij wordt nog verder verjaagd, tot Tugu, waar hem de troepen van Majapahit onder

Sluiten