Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geeft voor, dat deze in opstand komen wil. Brakumara beveelt hem, hem te dooden. Dit geschiedt, en nu wordt Ujung sabata in zijne plaats patih. Het blijft evenwel aan den dipati van Këdiri, Wahas' zoon, niet onbekend, dat de dood zijns vaders van den vorst uitgegaan was. Hij geeft daarvan geen blijk, maar grijpt -straks dè gelegenheid aan om, zonder dat iemand merkt, dat hij 't doet, èn den patih èn den vorst, als hij ze op de jacht van hun gevolg gescheiden heeft, te dooden, en straks vindt men dan ook hunne lijken, die naar Majapahit worden gevoerd. De opengekomen jpcttó/ï's-plaats krijgt Jayasena, en Ardiwijaya volgt zijn vader op. Dit geschiedt in 1234 (wani-tigfr-tingal-nata).

De nieuwe jonge vorst is nog niet gehuwd;' hij wil dit doen met een dochter van Raja Balilung, den vorst van Bali, die drie kinderen had, Rëtnasari (d.), Këncanasari (d.) en Jaka Antëban (z.), maar zich aan Majapahit nog niet onderwierp. (379) De dipati van Tuban neemt op zich Raja Balilung, die beloofd had zich te onderwerpen en zijne dochters te zullen schenken aan wie hem in kracht overtrof, te verslaan. Hij roept Menak Sopal van Blambangan, Menak Sastra van Lumajang, Menak Suruh van Pugër, Menak Pralangge van Purbalingga, en Menak Wilung van Bangkalan op, om zich te verzamelen in de sëgara rupak (d. i. de straat van Banuwangi), waarheen ook hij zich begeeft, hen daar dan aantreffende. Dangdang wëcana begeeft zich echter eerst alleen naar Bali. Op Bali waren reeds verscheidene koningen met het zelfde doel bijeen gekomen; genoemd worden: Bugis, Mangkasar, Sëmbawa, Bafijar, Tarnate, Bandan, Ambon, Bawiyan. Het tweegevecht bestaat in 't aan weerskanten trekken aan een touw. Het lukt niemand (380), ook den dipati van Tuban niet, den vorst van Bali van zijn plaats te trekken, doch hij blijkt toch zoo sterk te zijn, dat hij 'ttouw stuk trekt. Dit geschiedt herhaalde malen. Hij had daarbij echter slechts zijn linkerhand gebruikt, maar als men nu een ketting neemt, en het nogmaals geprobeerd wordt, wint hij het van den vorst van Bali zeer gemakkelijk. De te Balambangan achtergebleven (Hpafi'B worden ontboden, en er heeft (natuurlijk) een strijd plaats met die vreemde koningen. Zij worden allen onderworpen en met hen (381) en met de prinsessen keert Dangdang wëcana naar Majapahit terug. Ardiwijaya huwt zelf met de oudste; de jongste, Këücanasari, schenkt hij aan den held, denV dipati van Tuban. De gemalin van Ardiwijaya krijgt drie zonen, terwijl geen zijner ampeyan kinderen heeft. Die zoons heetten Raden Udara, Adaningkung en Raden Juru. De kinderen van dén patih zijn Nawangsasi (d.) en Legot (z.). Nawangsasi huwt met Udara, die na den dood van Jayasena, den patih, in diens plaats benoemd wordt. Adaningkung huwt met Retnadewi, de dochter van den dipati van Tuban, wien ook nog een zoon Raden Lawe wangsul geboren werd. Vóór zijn dood beschikt Ardiwijaya, dat Adaningkung, de tweede zoon, hem zal opvolgen, en daarom verzoekt patih Udara, de oudste zoon van Ardiwijaya, als de vorst kort daarna is overleden, aan allen (382) hem, zijnen jongeren broeder, die als vorst Brawijaya sang Kalamisani heeten zal, als koning te huldigen. Raden Bali anom (d. w.z. Raden Lawe wangsul)

Sluiten