Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eten even, en verdwijnt dan met zijn. leerlingen, uit gebrek aan zwaarte met hen de lucht in vliegende. Ki Pëlembang keert van Gëbang met 't touw, dat wondertouw blijkt te zijn, daar men het niet op kan maken, terug. In den nacht daarop plaatst Sunan Kali Jaga, de kiblat in zijn linker- en de kabah in zijn rechterhand nemende, de eerste zooals zij staan móet. Hij wordt daarvoor beloond met het baadje van Muhamad, de Antakusuma, dat uit de lucht komt vallen, gewikkeld in een schaapsvacht. Dit alles geschiedde in 1329 (umpak-bakal-ngapit-kori)'). Sunan Undung, die was komen helpen, wordt er weer op uitgezonden. Hij vraagt en krijgt de Antakusuma om die in den strijd mede te nemen. De dipati van Dëmak moet moeite doen Lëmbu Pëtëng van Madura, Arya Damar, Sumënëp en Madiyun, Prabu Katong van Pranaraga, Bafijar en Sukadana over te halen zich te bekeeren. Iman in de moskee wordt Sunan Giri, de andere acht, van wie Sunan Undung zijn zoon, Raden Iman, als wakil aanstelt, worden er këtib'a; Raden Iman wordt kabayan, marbot, modin, belal. De adipati van Kalungkung, op Bali, en Batara Katong van Pranaraga blijven halsstarrig weigeren Mohammedaan te worden, doch behalve dezen en Brawijaya zelf zijn de anderen toegetreden. De dipati van Bintara heeft bij zijn oudste vrouw (van Giri) Raden Surya (z.) en Raden Trënggana (z.) verwekt, en bij een yrouw van Randu sanga Kanduruwan (z.), die ouder is dan Trënggana. Surya huwde met Rëtna Lëmbah, de dochter van Raden Gugur 2). Uit de dochter van den dipati van Jipang, een derde gemalin van den dipati Bintara, worden Raden Kikin (z.) en Ratu mas Nawa (d.) geboren. Surya, die sabrang wetan kali woont, heeft een zoon, Raden Pafiji Pandan, die door Sunan Bonang aangenomen wordt. Trënggana huwt met een dochter van Arya Damar van Palembang, Raden Kikin's schoonvader is Jaran panolih van Sumënëp, en Ratu mas Nawa treedt in den echt met Raden Sampang, den zoon van Lëmbu pëtëng van Madura. Nog steeds had Bintara het seba niet gestaakt. Tegen de opstandelingen is de dipati Tërüng gezonden, maar deze beweert hen niet meester te kunnen worden. .Gajah mada wordt op inspectie gezonden. (409) Nu worden de opstandelingen bij Tuban verslagen en verjaagd. Ook in Cërbon zal men een moskee maken, die van die te Dëmak in 't dak verschillen zal, als ware zij de vrouw van haren man daar. De Sunan's stellen wakiVa voor den bouw daarvan aan. (410) Sunan Bonang laat de paso sëmbëliyan maken door Sura, die toegetreden is, en Sunan Giri draagt hem op een pusaka-kria te maken. Sura weigert eerst om zijn aan Brawijaya gegeven woord, maar doet het toch. Hij wordt er echter ziek van, en sterft, als hij aan zijn zoon Suradi heeft opgedragen de kris Parung ware aan Sunan Giri te brengen, die de kris Sura dadi noemt. Vele ajar's worden Mohammedaan. Blacak ngilo komt met zgn haan bij Sunan Bonang; als het di,er den kamp verliest, zal ook hij zich bekeeren. Hij verstopt zich daarop

1) Zooals men ziet een sëngkala in een van de gewone afwijkende volgorde.

2) Zie Zang 403.

Sluiten