Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slechts een gematigd stofverbruik wordt gevergd, de groeiprikkels over groote uitgestrektheden in het leven worden geroepen en het hart in zijn arbeid krachtig gesteund wordt door de ononderbroken medewerking van de zuig- en stuwkracht der arbeidende weefsels over uitgestrekte gebieden. Het Zweedsche stelsel werkt met zooveel mogelijk gelokaliseerde oefening der afzonderlijke organen, waarbij een overwegend gebruik wordt gemaakt van lokale krachtsoefeningen — kernoefeningen — in opeenvolgende werking afgewisseld door afleidende oefeningen, waarmede o. m. wordt beoogd eene gelijkmatige bloedverdeeling en gelijkmatige afvoer van stofwisselings-, en aanvoer van voedingsstoffen. — Lokale krachtsoefeningen leiden echter tot groot stofverbruik, en maken voor hun werking noodig de fixatie van de rest van het lichaam in statische contracties, die méér stofverbruik, en méér productie van vermoeiïngsstoffen tengevolge hebben, dan gematigde dynamische contracties. Wij komen daar straks op terug. Hier willen wij er slechts op wijzen, dat in de statisch gecontraheerde spieren de sapbeweging niet bevorderd maar opgehouden wordt, waardoor de af- en aanvoer naar het bewegende deel wordt belemmerd. Door de daaropvolgende afleidende oefening wordt deze storende toestand dan weer opgeheven. Laten wij nu alle andere minder gewenschte gevolgen van deze methode van spierarbeid terzijde, dan blijkt toch dit duidelijk, dat hier van een gelijkmatige bloedverdeeling en af- en aanvoer van circulatiestoffen geen sprake kan zijn. Integendeel, beide worden slechts sprongsgewijze beïnvloed. In het algemeen staan de hygiënische oefeningen van het Zweedsche stelsel dan ook in waarde verre achter bij onze vrije- en ordeoefeningen en spelen, voorzooverre het de jongere jeugd betreft, en ook bij de lichtathletische oefeningen, en bij de hier in aanmerking komende toesteloefeningen, waar het de oudere jeugd geldt. Met deze enkele vergelijking, die een der belangrijkste Zweedsche grondslagen treft, meenen wij, door den aard van ons betoog, in dit verband te kunnen volstaan.

Sluiten