Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijzigd, wordt beoefend. Maar de geschiedenis geeft hiervan de verklaring.

Tot vóór ongeveer 25 jaren was er nergens buiten Duitschland sprake van eene algemeene, stelselmatige lichamelijke opvoeding. Wij hadden onze, van overheidswege slecht verzorgde schoolgymnastiek; Engeland had zijn sport; Frankrijk zijn door Lagrange terecht gewraakte acrobatiek. Zweden had zijn Centrale Opleidingsschool, en vandaar uit werden, met speciaal uitgezochte en geoefende ploegen van prachtkerels, door de gansche wereld propaganda-demonstraties gehouden. Toen de belangstelling voor de lichamelijke opvoeding overal begon te ontwaken, had de Zweedsche propaganda overal haa.aanknoopingspunten gelegd en het ligt dus voor de hand, dat men zich in Zweden ging oriënteeren, in Zweden, waar buiten Stockholm evenmin veel van gymnastiek te vinden was. Maar men ging ook niet verder dan Stockholm, en men vond daar een voor dien tijd uitstekende Centrale en eene goede organisatie; men vergeleek het weinige, maar uitstekende, dat men te zien kreeg, met de sport of de acrobatiek van thuis — óf men had heelemaal geen vergelijkings-object in eigen land. En het gevolg was, dat men vol enthousiasme thuis de Zweedsche gymnastiek ging propageeren.

Met de toepassing en de meer critische beschouwing, kwamen intusschen ook alras overal detekortkomingenzich openbaren, met het onvermijdelijk gevolg, dat men ook overal het ingevoerde artikel ging aanvullen, wijzigen, verbeteren — meer of minder ingrijpend, al naarmate men zich in de wetenschappelijke kringen méér of minder met de belangen der lichamelijke volksopvoeding bezig hield. Maar in Duitschland, waar een goed georganiseerd stelsel was; waar, als nergens anders, de leiding zich in wetenschappelijke handen bevond, en waar, ondanks de intensieve intellectueele en economische eischen, aan de individuen gesteld, de algemeene gezondheidstoestand op een hoog peil stond — in Duitschland heeft de Zweedsche gymnastiek, als stelsel, nimmer ook maar de geringste kans gehad.

Onze eind-conclusie is dan ook deze: Wij hebben in ons land een stelsel, van lichamelijke opvoeding, dat op betrouw-

Sluiten