Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij 't verplaatsen dicht bij den grond, 't Voor- en achteruitloopen geschiedt niet door voor- en achterwaartsche passen, maar door eerst een der voeten, terwijl de beenen gespreid blijven, iets achter- (of voor)uit te plaatsen, daarna den anderen voet. Overtuig u er van, door 'n ander te verzoeken u 'n duwtje te geven of aan uwe kleeren te trekken, dat gij werkelijk in evenwicht zijt en dit gemakkelijk blijven kunt. Trekt de ander u naar rechts, ruk dan niet naar links. Houd u slap, ga mee met den ruk, maar verschuif terstond, ja tegelijkertijd uwe voeten, zoodat uw geheele lichaam verplaatst, maar uw evenwicht niet verbroken wordt door den ruk. Daarna het vallen zelf.

Buig zoodra gij uw evenwicht onherstelbaar verloren acht, zoo diep mogelijk door op uw been of beenen, opdat ge laag bij den grond zijt en dus met kleineren hefboom valt.

Houd uw lichaam slap, opdat noch schouders, noch zitdeelen uitsteken, maar alles rond is, trek zelfs uwe zitdeelen ietwat in, als gij achterover valt.

Hef, zoodra gij valt, beide armen omhoog en sla ze op den grond een ondeelbaar oogenblik vóór uw lichaam den vloer raakt. Men lette op, dat de armen en handen geheel recht zijn, ook in den elleboog en van schouder tot vingertop tegelijk den grond bereiken. De armen moeten vooral slap worden gehouden en vlak naast het lichaam komen. De slag moet hevig zijn en slechts een gedeelte van 'n seconde vóór 't neerkomen van 't lichaam worden gegeven.

Professor Uyenishi berekende, dat de kracht van de slagen der armen altijd de valkracht van het lichaam overtreft, zoodat alle gevaar van vallen opgeheven wordt, trouwens wie geoefende ju jutsuers zag vallen, heeft geen wetenschappelijke verklaring meer noodig om overtuigd te worden van de waarde van hunne val-methode.

Heeft men bij het vallen met eene der handen iets beet, dan slaat men alleen met de vrije hand en geeft, met de andere stevig vasthoudend, een zoo hard mogelijken ruk aan

Sluiten