Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook in de stof der cellen is energie, is chemische spankracht opgehoopt, die, na 't ontvangen van den noodigen prikkel, vrij wordt en aldus arbeid en warmte levert. Maar, als bij het kruit valt die stof uiteen, blijven er resten, die niet meer tot die energieleverantie geschikt zijn. Hieruit blijkt dus, dat het leven van de cel eigenlijk is een voortdurend doodgaan van haar stof, hoe paradoxaal het ook klinken mag.

Maar tevens volgt hieruit, dat de cel, wil ze niet interen tot er niets meer is, wil ze zich niet doodleven, nieuwe stof, met energie beladen, moet opnemen. Maar dan is hierdoor de cel absoluut afhankelijk van haar onmiddellijke omgeving, waaruit ze zich moet voeden.

Voorwaarde Voor het blijven leven der cel is dus, dat de directe omgeving, de weefselvloeistof, die stoffen bezit, die de cel noodig heeft. Het onmiddellijk milieu der cel moet derhalve een bepaalde chemische bouw hebben. Ondergaat dat milieu in dit opzicht belangrijke wijzigingen, zoodat er een aanmerkelijk te kort aan voedingsstoffen ontstaat, dan is er ondervoeding. Wordt het chemisch milieu in dien zin gewijzigd, dat er stoffen in voorkomen, die vijandig staan tegenover het leven der cel, die de chemische reacties tegenwerken of totaal onmogelijk maken, dan is er vergiftiging. Zoo'n vergiftiging nu bewerkt de cel zelve voortdurend, zoolang ze leeft, door haar verbruikte stoffen, haar af braakstoffen naar dit milieu uit te scheiden. Komen die af braakstoffen daar in groote hoeveelheid voor dan worden de levensuitingen der cel flauwer om ten slotte geheel op te houden.

Deze zelfgergiftiging, deze vergiftiging doortoxinen, deze auto intoxicatie, gaat met het leven hand aan hand, is echter ongevaarlijk, wanneer de af braakstoffen geregeld en voldoende afgevoerd worden.

In het laboratorium der cel treden dus voortdurend nieuwe met energie beladen stoffen binnen, voortdurend worden stofresten verwijderd, voortdurend heeft er een stofwisseling plaats. Deze stofwisseling houdt gelijken tred met den omvang van den arbeid der cel. Deze stofwisseling verder verandert voortdurend het milieu, waarin de cel leeft. Wil dit chemisch op peil blijven, dan moet een transportdienst ingeschakeld worden tusschen dat milieu en zekere verwijderde laadplaatsen. Die laadplaatsen zijn de darmwand en de longen, het transportmiddel het bloed,

Sluiten