Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik noem het een modern evangelie: in zijn diepste waarheid is het even oud als het Christendom. „Deze ontvangt de zondaars en eet met hen." En dat was het meest kenmerkende van het Christendom. Hier was voorwaar een nieuwe, verwonderlijke religie; men had te voren gehoord van gerechtigheid ; te voren van opstanding; — nooit te voren van barmhartigheid jegens zonde, of gemeenschap met haar.

Maar het is uitsluitend in den nieuwsten tijd (dat wil zeggen, binnen de laatste honderd jaar), dat dit door een groote sekte dikhoofdige menschen is vastgesteld als het wezen van het Christendom, — ja, zoozeer het wezen van het Christendom, dat ten stelligste door hen wordt'verkondigd dat een uiterst zondig zondaar te zijn, de beste voorwaarde is om een uiterst Christelijk Christen te worden.

Maar al de leeringen des hemels worden — uit droeve noodzaak — op zulk een duistere, ja dik, wijls ironische wijze gegeven, dat een domoor ze noodwendig verkeerd leest. Zeer verwonderlijk is het dat de Hemel, die in. één zin werkelijk barmhartig is voor zondaren, in geen zin barmhartig is voor dwazen, maar hun zelfs valstrikken en onvermijdelijke valstrikken legt.

Telkens en telkens in het Nieuwe Testament hebben de Tollenaars (verraders van hun land, en tevens dieven) en de hoeren omgang met Christus. Zij, uit wie Hij zeven duivelen geworpen had; heeft Hem het meest lief, ziet Hem het eerst na Zijn verrijzenis. De angel van dat oude vers: „Wanneer gij een dief ziet, zoo loopt gij met hem; en uw deel is met de overspelers" schijnt afgedaan te hebben. Echtschending zelve onveroordeeld, — want, ziet, in uw harten, zijt ge daar niet allen gelijk? „Die van ulieden zonder zonde is,

Sluiten