Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar Hij niet gezaaid had — zou de gevolgtrekking juist zijn dat aardsche woeker goed was. Maar welke van Gods gaven zijn niet Zijn eigen?

De beteekenis van de parabel, gehoord met onverdoofde ooren, is deze: „Gij, onder harde en onrechtvaardige menschen, duldt toch hun aanspraak op de teruggave van wat zij nooit gaven; gij duldt dat zij maaien waar zij niet gezaaid hebben. — Maar aan mij, den Rechtvaardigen God van uw leven — van wien is de adem in uw neus, het vuur in uw bloed, die u licht en gedachte gaf, en de vruchten der aarde en den dauw des hemels, — aan mij wilt gij van al deze gaven geen vruchten teruggeven dan slechts het stof uwer lichamen en het wrak uwer zielen."

Niettemin, de Gelijkenissen hebben nog haar levend nut, zoowel als haar gevaar; maar het Psalmboek is feitelijk dood, en de vormelijkheid, waarmee gij het in uw dagelijksche godsdienstoefeningen opzegt, doodt slechts zijn woorden door de groote gemeenzaamheid. Ik moet vandaag nog stil staan bij een ander stuk uit dit geschrift van den Vader van Christus, — dat, indien het in zijn volle beteekenis gelezen wordt, even nieuw voor ons zal zijn als een lied uit een vreemd land, dat wij voor 't eerst hooren.

Ik vertaal letterlijk J) ; de Grieksche vertaling van het Oude Testament komt hier overeen met de Latijnsche in hare verschillen van onze gewone vertaling, van welke verschillen verscheiden belangrijk zijn.

„1. O Heer, onze eigen Heer, hoe bewonderenswaardig is Uw Naam op de gansche aarde!

2. Omdat gij Uwe Majesteit gesteld hebt boven de hemelen.

*) [Naar den 13de-eeuwschen tekst.] Vert,

Sluiten