Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ring. De liefelijke beteekenis van de woorden van Christus is dat kinderen, kinderen blijvende, en uit hun eigen hart sprekende zulke dingen als hun Maker daar heeft neergelegd, rein zijn in hun zien en zuiver in hun lof.

Vers 4. — De naam en de sterren, die Gij gegrondvest hebt — „fundasti" — ethemeliosas. Het is veel meer dan „bereid": de gedachte in David's geest is voornamelijk die van vast-stellen in de ruimte. En het blijft tot op den huidigen dag het wonder der wonderen in de geesten van alle wijjze mannen. De aarde draait om de zon, — ja, maar wat houdt de zon? De zon draait om iets anders. Het zij zoo, — maar wat is dat andere?

Vers 5. — Dat Gij hem bezoekt; episkeptêi auton, „een episkopos (bisschop) voor hem" zijt. Hetzelfde Grieksche woord vinden we in den tekst „Ik was krank, en gij hebt mij bezocht.'.'

Vers 7. — Schapen en ossen, en alle die, en de dieren des velds: ktênê toe pedioe. Dieren, die dienst doen op de vlakten, die groote ruimten oversteken, — de kameel en het paard. „Pecora" in de Vulgata sluit in alle „pecunia" of eigendom in dieren.

Vers 8. — In het Grieksch staat „die de paden der zeeën bewandelen" enkel als een nadere beschrijving van de visschen, maar de bedoeling er van is zonder twijfel een uitgebreide beteekenis er aan te geven; er wordt bedoeld visch in algemeener zin, zoodat het insluit den walvisch, de schildpad, den zeehond en dergelijke. Het is echter niet waarschijnlijk, naar wat ik hoor over modern vischvangen, dat walvisschen en robben de zee nog lang zullen bewandelen.

Deze zijn, voor zoover ik kan nagaan, de letterlijke beteekenissen van elk vers; de geheele zin van den psalm is, dat de Naam,- of kennis, van

Sluiten