Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemaakte nonchalance, deels werkelijke koorts, veroorzaakt door de ondraaglijke luiheid van zijn geest en lichaam — op de leuning van zijn zetel sloeg, naar de knoopsgaten van den vensterriem stak,,en zijn laarzen of de lucht zwiepte, den geheelen weg over van Grange tot het laatste station vóór Carnforth, — met zijn vriend lusteloos pratend over jachten en zeilwedstrijden; — de St. Vitus-danser daarbij zijn meening uitsprekend dat „het gevaarlijkste, wat je doen kon op die meren; was vóór den wind te zeilen". De achtenswaardige heer ging voort zijn courant te lezen zonder op hen te letten. Geen van drieën keek een oogenblik uit 't raam naar de zee of het strand. Er was ook waarlijk niet veel om naar te kijken door den voortdurend dichter wordenden slagregen; — behalve het rondvliegen der zeemeeuwen, en haar rustig neervallen op het water; haar vleugels bleven een oogenblik uitgespreid tot haar borst het water voelde; dan sloten ze haar bloembladen van wit licht als plotseling zich sluitende waterbloemen. 'De twee wedstrijdmannen stapten uit in een alles doorweekenden regen op het onoverdekte perron van het station vóór Carnforth, en wij allemaal te Carnforth zelf, om te wachten op den trem voor het hoofdstation. De loods aan den kant van de spoorlijn is zelfs daar te klein, en een menigte derde-klasse passagiers stonden opeengepakt dicht bij de goot aan de buitenzijde. Ik zag niet een onder die vijf-en-twintig of dertig menschen die netjes gekleed was, noch één met een tevreden- en kalm geduldigen blik. Groeven van zorg, van zwaar zwoegen, van troostelooze onderwerping, van knagenden angst of slecht humeur kenmerkten elk gezicht.

De trein kwam voor en mijn arme metgezellen werden er haastig, bij hoopjes, ingeduwd. Ik vond

Sluiten