Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrienden, die hem kortelings aanried een weinig van dat kapitaal in zijn zaak te steken.

Dan is er ten slotte nog één artikel van eigendom op de lijst te zetten, en ik ben klaar. De Wetgever zelf namelijk, de Meester der meesters, voor wien, wanneer we Hem, als menschelijke honden, ontdekt hebben als onzen eigen Meester en Hem zoo kunnen noemen, wij voortaan bereid zijn te sterven als het noodig is.

En nu, om alles zoo duidelijk te maken als maar kan, zal ik naar de wijze van een Hollandsche publieke verkooping opschrijven de artikelen van eigendom — afdalend van de kostbare tot de minderwaardige — die aan elk menschelijk schépsel behooren.

I. De Meester of Vader, in den ouden Latijnschen zin „Pater Noster", van wien David schreef: „Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets op aarde"; maar dit bezit sluit bij Plato in de begeleidende geesten — „de Goden, zijnde Meesters, en die op hen volgen", speciaal op een andere plaats aangeduid als „de Goden en de Engelen en de Helden, en de Geesten van ons Huis, en onze Voorvaderen."

II. De Wet of het Woord van God, dat het Bijbelgenootschap verklaart te leveren voor achttien stuivers, maar dat inderdaad, gelijk dikwijls te voren reeds in Fors Clavigera is geconstateerd, geenszins voor dien lagen prijs te krijgen is. De geheele lange honderdnegentiende Psalm is weinig meer dan een in zielsföltering uitgestort gebed om het te ontvangen, en eens menschen leven wèl besteed als hij waarachtig heeft ontvangen en geleerd te lezen ook nóg zoo'n klein gedeelte daarvan.

III. De Psyche, in hare gezondheid en schoonheid. De ontkenning van * haar bestaan door moderne filosofen heeft enkele eigenaardige prac-

Sluiten