Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Moar, doomnie — — —"

„We zullen er straks wel over spreken, broeders. Laat ons nu eerst verder zien. Stoppelman, je staat er toch zoo dicht bij; kijk jij de briefjes, die ik gehad heb, na?"

„Joawel, doomnie".

Weer werd het stil, héél stil.

Toen las dominee Veldhuis: De ouden moeten wij houden".

„Da*s ook wat", zei Stoppelman.

Dominee Veldhuis ging voort met zijn werk en ja, daar kwamen óók briefjes, zooals Stoppelman en Veerman die begeerden, maar telkens en telkens toch weer klonk het uit den mond van dominee: „Menkveld ... Menkveld... Menkveld". Eindelijk kwam 't laatste briefje:

„Menkveld er uit? Dat is een kruis! Waarom gaat Veerman niet

naar huis?"

Sluiten