Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een tweede reden, die aan een tracé beoosten Veenendaal de voorkeur doet geven, ligt in de omstandigheid dat van militaire zijde aan het kanaal waarde wordt gehecht voor de landsverdediging, zie o. a. het artikel van den generaal Eland van Juli 1918 in het weekblad „de Amsterdammer", die ook met het oog daarop het kanaal beoosten den Emmikhuizerberg wenschte te houden.

Dit belang brengt verder mede, dat men de stadsbebouwing van Veenendaal zooveel mogelijk aan de westzijde van het kanaal zal moeten zoeken.

Legt men dus het Kanaal aan de oostzijde van Veenendaal dan staat aan de uitbreiding van die gemeente, die ongetwijfeld als industrieplaats een belangrijke toekomst heeft, niets in den weg. Zoowel voor de stedelijke bebouwing als voor industrieterreinen komen dan belangrijke oppervlakten beschikbaar, welke laatste tevens gemakkelijk met den spoorweg naar Kesteren in verbinding zijn te brengen.

Voor deze laatste terreinen is gerekend op den aanleg van een afzonderlijke industriehaven, bewesten den langs het kanaal ontworpen hoogen weg, welke haven met het kanaal in open verbinding staat. Het spreekt vanzelf dat het definitieve ontwerp voor deze werken zal zijn op te maken in verband met een alsdan ook voor de gemeente Veenendaal vast te stellen algemeen uitbreidingsplan.

Ook voor de waterverversching van Veenendaal is een Westwaartsche ligging van de gemeente ten opzichte van het kanaal de meest gewenschte. De doorspoeling wordt thans bezorgd door de Bisschop Davidsgrift en het z.g. omleidingskanaal, waarin bij de Vaartbrug een schotbalkinrichting is aangebracht, die het afstroomende water noodzaken kan geheel door het meer bebouwde deel langs de Grift te stroomen.

Komt voor die doorspoeling thans in droge tijden wel eens water te kort, in de toekomst zal men steeds voldoende water aan het kanaal kunnen ontleenen en op de thans gevolgde wijze door de sluis aan den Rooden Haan op de Broeksloót aftappen, wat tevens voor het op peil houden van de Broeksloot dienstig zal zijn.

Waren aldus de kanaalgedeelten bij Amersfoort en Veenendaal vastgesteld, niets stond er verder in den weg om die beide deelen door een geheel recht kanaal te verbinden. Door deze richting werden de bebouwde kommen der gemeenten Scherpenzeel en Renswoude als vanzelf gemeden.

Men had verder op die wijze het voordeel dat de kruising met den spoorweg Utrecht-Arnhem geenerlei bezwaren aanbood. Deze spoorweg toch gaat op het punt, waar hij de baan Amersfoort-Rhenen kruist, onder dezen laatsten door. Een kanaalovergang van eerstgenoemden spoorweg, middels een vaste brug, die bij behoud van het dicht bij de lijn Amersfoort-Rhenen loopende kanaaltracé van 1878 niet wel mogelijk zou zijn geweest, wordt thans gemakkelijk nu het kanaal meer Oostelijk van dat kruispunt van beide spoorwegen wordt aangelegd, terwijl men bovendien het voordeel heeft dat de baan op het thans gekozen punt van overgang veel hooger ligt. Ook wordt op deze wijze de voorgenomen verbinding van de beide spoorwegen op het tegenwoordige punt van kruising niet bemoeilijkt.

De defensiebelangen, die eischten dat de grondberging zooveel mogelijk aan de westzijde van het kanaal moest worden gezocht, hebben ertoe geleid aan dien kant van het kanaal een hoogen dam op te werpen, die tevens geschikt is om als moderne weg voor snelverkeer te dienen, en zooals reeds

Sluiten