Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Intusschen dient opgemerkt te worden, dat al gaan in het algemeen de waterstanden der rivieren gelijkelijk op en neer zulks niet wegneemt, dat bij plotselinge was of val onregelmatigheden in die verhouding kunnen ontstaan. Het water beweegt zich dan meer golfsgewijze en de toppen dier golven zullen zich dan op beide rivieren wel niet steeds met dezelfde snelheid voortplanten en niet even hoog zijn.

Er zullen dus storingen ontstaan in de meer gewone en gelijkmatige niveauverschillen, die, bij meer stabiele toestanden van de rivieren, tusschen de eindpunten van het Betuwepand voorkomen.

Dit is gemakkelijk na te gaan, door voor een bepaalde periode, dag voor dag, de waterstanden te berekenen die op bedoelde eindpunten zijn voorgekomen. Door interpolatie tusschen de aflezingen van de meest nabijzijnde boven- en benedenstrooms gelegen peilschalen zijn deze standen 'zoo goed mogelijk te benaderen.

Indien we daarvoor het jaar 1904 kiezen, waarin niet minder dan 250 dagen voorkwamen, waarop het Betuwepand door de Rijnvaart gebruikt zou moeten zijn, — 250 dagen dus, waarop de waterstand op den Neder-Rijn gelijk of lager was dan 1 M. boven N. L. W. — dan komen we voor die dagen tot het volgend overzicht.

VERVAL VAN DE WAAL NAAR DEN NEDER-RI|N cM.

51 en 41 tot 31 tot 21 tot 11 tot 1 tot Otot —.11 tot —.21 en

meer 50 40 30 20 10 —.10 —.20 meer

AANTAL DAGEN

2 6 37 . 36 40 120 4 '4 1

Het maximum verval bedroeg 56 c.M. en kwam voor op 9 Februari. Het verloop der waterstanden ter plaatse van de beide kanaalmonden was toen als volgt; t-ffc-

WATERSTANDEN + N. A. P.

Februari 1904 4 5 6 7 8 9 10 11

Waalmond 6,34 6,42 6,44 6,49 7,00 7,56 7,86 8,15 \M< R- = 709

was in c.M. 8 2 5 51 56 30 29 (N.L.W. = 6.09

Rijnmond 6,04 | 6,12 | 6,13 | 6,17 | 6,52 | 7,00 | 7,28 j 7,55 ^ M. R. = 6.84

was in c.M. 8 1 4 36 47 28 27 (N. L. W. = 5.98

36 47 28 27

Uit bovenstaande cijfers blijkt voldoende, dat inderdaad het groote niveauverschil was toe te schrijven aan het eenigszins achterblijven van den Rijn bij een plotselinge groote was.

Het andere uiterste geval, waarbij de Rijn bij den kanaalingang 24 c.M. hooger stond dan de Waal, had plaats op 3 Januari. Het verloop der waterstanden was toen als volgt:

WATERSTANDEN ± N. A. P.

Dec. 1903—Jan. 1904 27 28 29 30 31 1 I 2 3 4 5 6 7 Waalmond 6,72 6,62 6,54 6,46 6,34 6,22 6,16 6,08 6,00 5,87 5,82 5,81 ^M-R- =7 09

was in c.M. —10—8 —8 —12—12—6 —8 —8 —13 -5 —1 (N.L.W.=6.09

Rijnmond 6,4116,32J6,2616,1916,1016,26j6,26j6,32j6,19je,05Jö.9315,88 S MR- = 6 84

was in c.M. —9 —6 —7 —9 16 0 6 —13—14—12 —5 (N.L.W. = 5.98

Sluiten