Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terugbetalingen stijgende is. Toch zal, naar wij hopen,, geen wetgever ooit vrijheid vinden, op grond van dit hoogst bedenkelijk symptoon, een algemeenen spaardwang in het leven te roepen. Dit zou in alle lagen der bevolking als een onduldbaren druk gevoeld worden. Immers het sparen is zoo zeer een kwestie der zedelijkheid, dat een dwingend optreden der overheid te dezer zake, zonder kwetsing van de psychische gevoelens der burgers niet zou kunnen worden ingevoerd.

Hetzelfde geldt voor het gebruik van genotmiddelen.

Snoepen, waaronder men dan verstaat het regelmatig gebruik van overmatige hoeveelheden zoetigheid, is een afschuwelijke eigenschap, toch zal geen verstandig wetgever er aan denken een wettelijk verbod te dezer zake in het leven te roepen. Voor het gebruik van sterken drank geldt hetzelfde, alleen met dit onderscheid, dat het overmatig gebruik daarvan, zoowel in het belang der maatschappelijke orde als in dat der volksgezondheid, moet worden beperkt. Maar met een venbod ten aanzien van het matig gebruik zal de wetgever zich op een terrein begeven, waar zijn optreden het zedelijk gevoel der minderheid dermate zal kwetsen, dat een reactie niet zal kunnen uitblijven. Zoolang in het maatschappelijk verkeer personen nog naar zedelijke maatstaven zullen worden beoordeeld, zal het individueel zedelijkheidsgevoel van den Staat eisehen, d ë hij de individuen vrijlaat in het kiezen van den naar elk | persoonlijke overtuiging in zedelijk opzicht meest verkiese-f lijken weg.

En niet zoodra zal de Staat een staatsmoraal onder] strafrechtelijken dwang hebben ingevoerd, of het individueel zedelijkheidsgevoeld zal zich tegen die aantasting van dit persoolijk terrein obstineeren en de zedelijke kracht der wetten in het algemeen afbreuk doen.

Het gevolg zal zijn ontduiking van de betrokken wet op groote schaal en een voortdurende agitatie om aan den hatelijken dwang wederom een einde te maken. Ook in dit opzicht moge aan Jellenick's waarschuwingen herinnerd worden. Elke meerderheid, aldus deze vooraanstaande geleerde der Heidelbergsche universiteit, moet terdege rekening houden met het gevoelen der minderheid. Immers het recht der minderheid bestaat hierin, dat zij door middel van overreding, kritiek, propaganda en agitatie de publieke opinie zoodanig bewerke, dat zij, minderheid, weder meerderheid wordt. En op geen gebied zal deze actie levendiger zijn dan op dat der zedelijkheid. Een zoodanige strijd geeft een voortdurende onrust, en verlevendigt het gevoelen, dat in ontduiking van de gesmade bepalingen, niets onrechtmatigs is gelegen!

Dit alles moet voorkomen worden, en daarom zal de wetgever goed doen, niet dan bij hooge uitzondering te raken aan de sfeer, die door ieders zedelijke overwegingen wordt beheerscht.

Evenmin als een wettelijke spaardwang gewenscht is, kan een wettelijk verbod om te vloeken, te hasardeeren, sterken drank te gebruiken, te rooken of vleesch te eten, door den beugel"!

Eenstemmig was men in het oordeel dat het geen aanbeveling zoude verdienen om, met uitsluiting van de andere bevolkingsgroepen, alleen voor de inheemsche- bevolking een absoluut drankverbod uit te vaardigen, waar thans in het geheele publieke recht het streven merkbaar is om met bepalingen die op het raskenmerk berusten te breken. In dit verband zij herinnerd aan het verslag van de

Sluiten