Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Legerbestuur op grond van deze omstandigheid gemeend daartoe niet te moeten overgaan.

De Commissie moet de juistheid van dezen gedachtengang erkennen: beperkende bepalingen t. a. z. van de weermacht alléén, heeft naar haar oordeel geen zin, zoolang de tegenwoordige toestand gehandhaafd blijft.

Om het misbruik van sterken drank door mindere Europeesche militairen tegen te gaan zijn, h.i., andere maatregelen gewenscht. Het misbruik, dat deze lieden van sterken drank maken, is naar de meening van de Commissie toe te schrijven aan hun nederige positie, de maatschappelijke vooroordeelen, welke te hunnen aanzien bestaan, aan hun gemis aan vooruitzichten en aan de weinig gelukkige plaats, welke zij in de Europeesche samenleving innemen.

De Commissie is overtuigd, dat in deze noch een absoluut drankverbod i n noch buiten de kazerne baat zal brengen. De remedie om het drankgebruik in het leger te beperken, is h.i. gelegen in de aanvaarding van een andere gedragslijn t.a.z. van de aanwerving van mindere Europeesche militairen, t.w. alléén die krachten aan te werven, die men in staat acht binnen eenigen tijd den onderofficiersrang te behalen. Gestreefd dient er naar te worden, het den uitgezonden minderen militairen mogelijk te maken binnen niet te langen tijd een positie te erlangen, welke voldoende aantrekkelijk is om hen van obscure drankgelegenheden verwijderd te houden.

EINDCONCLUSIES.

§ 10. Wettelijke maatregelen. De Commissie is van meening, dat de drankregeling in

meerdere mate dan thans het geval is aan de zorg van de locale wetgevers onttrokken behoort te worden, ten einde tot een door haar wenschelijk geoordeelde algemeene geldende regeling te geraken. De uitvoering der centrale regeling kan uit den aard der zaak aan locale autoriteiten worden opgedragen.

In aansluiting aan het bovenstaande stelt de commissie er prijs op te kennen te geven, dat zij geen practische voordeelen verwacht van het stelsel van z.g. plaatselijke keuze ook reeds omdat h.t.1. nog niet aanwezig zijn de publiek rechterlijke organisaties, welke het instituut van plaatselijke keuze mogelijk maken.

Onmiddellijke invoering van een absoluut alcoholverbod acht de Commissie niet gewenscht. Handhaving van zulk een verbod acht zij nl. niet mogelijk, en wel op grond van tweeërlei omstandigheden.

1. De aard en de macht der politie is thans nog niet zoo dat zij, naar het oordeel der Commissie, zulk een absoluut verbod binnen redelijke grenzen kan handhaven.

Deze uitspraak vindt, naar het gevoelen der Commissie steun, ééndeels in de omstandigheid, dat een groot deel van de Europeesche politie-agenten gerecruteerd wordt uit gewezen militairen en op grond daarvan weinig geneigd is den strijd tegen de vrij talrijke clandestiene! stokerijen en kroegjes in de beneden stad van Batavia en in de wijk Senen op afdoende wijze aan te binden, aangezien maar al te vaak in den eigenaar of de bezoekers, bekenden uit vroegere dagen worden ontmoet. Anderdeels heeft de politieagent van inheemschen landaard voorshands nog te weinig overwicht om afdoende tegen eigenaar en bezoekers dezer inrichtingen op te treden.

Hoe moeilijk overigens, waar het naleving van alcoholverboden betreft, de taak der politie is, wijzen uit berich-

Sluiten