Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage II.

EEN INBREUK OP DE „LICENTIA PRACTICANDI'' VAN DEN NOORSCHEN GENEESHEER.

(Overgenomen uit de Java-Bode van 12 December 1913).

Het is tegenwoordig in Noorwegen een toer om zich op eerlijke wijze, zonder overtreding van 'slands wetten, een stuk in den kraag te drinken, waarmee ik nu juist niet beweer, dat dronkenschap hier te lande niet meer bestaat. Er wordt hier in koffiehuizen geen „sterke" meer geschonken. Dubbel ontnuchterd voelden velen zich toen onze minister van sociale zaken Lars Abrahamsen op de ontijdige en onzalige gedachte kwam, om een besluit uit te vaardigen, waarbij het den apothekers wordt verboden warme wijnen op doktersrecepten te verstrekken. Onze minister van sociale zaken is n.1. een van de korypheeën van de geheelonthouders-beweging, een ook op politiek gebied machtige corporatie, en een geheelonthouder van het zuiverste water, die niet van halve maatregelen houdt schrijft men aan de N.R. Crt. uit Kristiania.

Bij het begin van den wereldoorlog werd de verkoop van sterke dranken hier te lande al verboden. Eerst kwam het brandewijnverbod, later dat van warme wijnen en bier, zoodat ten slotte alleen nog maar het weinig alcohol bevattende landsbier als volksdrank overbleef, waarmede de alcohol inderdaad in een ironisch daglicht kwam te staan. Voor het zoover was gekomen, hadden natuurlijk een massa menschen, die het zagen aankomen, en daartoe de noodige middelen bezaten, hun kelders met de noodige spirituosa gevuld, maar niet allen zagen zoo scherp in de toekomst er toen deze nu plotseling, voor de uitgemaakte zaak stonden, dat de slijterijen gesloten werden^ zochten ze eenvoudig een dokter op. Zij leden dan aan ingewandspijnen, toonden verschijnselen van suikerziekte of iets dergelijks, en daar zij beweerden bij cognac of whisky meestal baat te hebben gevonden, schreef de dokter een brandewijnreceptje en daar er vele dokters in een stad als Kristiania te consulteeren zijn, kwamen de patiënten in het bezit van tal van brandewijnrecepten.

Het liep bij sommige dokters met de patiënten letterlijk de spuigaten uit: propvolle wachtkamers, een queue voor de deur, politie om de orde te bewaren. Daar zoo'n receptje 5 tot 10 kronen kostte, sponnen die dokters daar zij bij. Ze liepen echter bij de overheid in den kijker. Enkele dokters, die schromelijk misbruik hadden gemaakt van hun „licentia practicandi", werden voor de rechtbank gedaagd en een hunner kreeg zelfs een paar maanden gevangenisstraf.

Om nu het misbruik tegen te gaan, waardoor de stand der geneesheeren tevens werd gecompromitteerd, bepaalde het departement van sociale zaken, dat brandewijn-recepten voortaan op bepaalde formulieren geschreven moesten worden, die de dokters bij het departement konden aanvragen. Op deze wijze kon beter worden nagegaan of er misbruik plaats vond. De dokters protesteerden eerst wel tegen dezen maatregel, maar toen intusschen was gebleken, dat er een massa valsche recepten bestonden, die zelfs op de beurs als andere papieren van waarde werden verhandeld, vonden de dokters het raadzaam zich loyaal aan de bepaling van het departement te onderwerpen.

Toen brak, gelijk overal elders, ook bij ons de Spaansche ziekte uit. Aan cognac ter bestrijding was geen aankomen

Sluiten