Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor zijn heel jonge landgenootjes schrijf! hij zijn „Gedichten voor Kinderen" en den aankomenden dichter tracht hij leiding te geven door zijn Theorie der Scboone Kunsten, zoo niet alles dan toch zeer veel verwachtend van veel weten en goed begrijpen.

Wat de waarde is geweest van zijn Kindergedichten behoeft zeker niet meer betoogd te worden? De tijd is voorbij, dat /hen gedachteloos instemde met de Genestets amusante, maar on-histoiïsche kritiek. Het is de groote verdienste van Dr. Pomes geweest, in zijn dissertatie „Over Van Alphen's Kindergedichtjes" door vergelijking met het toen bestaande, het voortreffelijke dezer kinderpoëzie overtuigend te hebben aangetoond.

Met het oog op de altijd nog vrij algemeene bekendheid dezer versjes heb ik er maar weinig van opgenomen, naar ik hoop voldoende, om twee door Pomes terecht op den voorgrond gestelde eigenaardigheden te doen uitkomen. In de eerste plaats hun betrekkelijke natuurlijkheid en kinderlijkheid.

! Want al redeneeren deze kleuters inderdaad wel vaak heel wijs en deftig, het is niettemin een geweldige sprong van de absoluut on-kinderlijke kreupelrijmen, waarvan Pomes verschillende treffende voorbeelden geeft, tot deze versjes, die uitsluitend hun stof ontleenen aan de Kinderwereld, gezien binnen de grenzen der kinderlijke ervaring. En daarnaast wijst Pomes met nadruk op de orxYC^dkundigÊ wij^hoid van

* den dichter, die inplaats van 't gebruikelijk opdringen aan 't kinderlijk begrip van een somber-getinte dogmatiek, het kind alleen geven wil, wat in dien tijd genoemd werd „de natuurlijke godsdienst." Deze verstandige en vriendelijke beperking is te opvallender, waar Van Alphen voor den volwassene dezen natuurlijken godsdienst onvoldoende achtte. Het bewijst hoe helder zijn inzicht was, van wat „eens kinds" is, en tevens hoe zelfstandig hij zijn standpunt wist te kiezen tusschen vernieuwing en behoud.

—" Zonder eenig voorbehoud heeft hij het nieuwe bewonderd en ingeluid in zijn literair-theoretische geschriften. Al staat hij ook hier niet lang stil bij 't afbrekende deel van zijn taak, zijn kritiek is er niet minder scherp om. En dit zegt veel in een tijd, waarin, ondanks hier en daar opdoemende ontevredenheid,.de nationale poëzie voor verreweg de meesten nog een heilig huisje is, waaraan te raken gelijk stond met gebrek aan vaderlandsliefde. Ook nu weer heeft Van Alphen zich niet bepaald in den strijd begeven. Hij geeft zijn oordeel, verheugt zich in de goedkeuring op zijn werk, en laat voor't overige „de bijen gonzen". Liever dan een nuttelooze penne-

Sluiten