Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schuldvergeving, rust en vree, 't Regt om kindren Gods te wezen,

Deelt de rijke Jezus mee: Wie zou dan voor armoê vreezen?

Konings kindren zijn wel rijk; Maar in deze lage woning

Is geen koning u gelijk, Kinders van den grootsten Koning!

God wil zelf uw Vader zijn; Alles aan u dienstbaar maken,

Om in deze rampwoestijn 's Vaders vrije gunst te smaken.

Schepsels, die ge missen moet, Leeren u zijn deugden kennen,

Om u aan een beter goed, Dan aan 't geen vervliegt, te wennen.

Is 't uw lust in heiligheid 's Vaders beeld als kind te dragen;

Is u zulk een eer bereid; Gaat er om bij Jezus vragen!

Is 't uw lust, bij 't eeuwig licht, Door 't geloof in Hem, te leven;

Nadert veel! uw aangezigt Zal ook veel een weerglans geven.

't Licht, waarbij men alles ziet, Daar de zorgen voor verdwijnen,

Zal u nimmer van verdriet, Of droefgeestigheid doen kwijnen.

Jezus, die den Geest ons geeft, Zal. ons nooit dat licht doen derven,

't Licht waardoor men eeuwig leeft, En men vergenoegd leert sterven.

Wie heeft God, dat Licht, ten deel, Die zich nog niet rijk zou noemen?

Hebben wereldlingen veel; Zulk een mag op alles roemen.

Heb ik dit door Jezus dood Uit Zijn liefdehand gekregen;

'k Ben in kommernis of nood Om geen liefde of schat verlegen.

Sluiten