Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Maar ach! mijn lieve meisje! „Ik voel den dood genaken, „En kan niet langer spreken. „Vaarwel, vaarwel dan, Klaartje! „Daar hebt ge 't laatste kusje!

'k Ging schreyend naar beneden; En 't duurde weinige uren; Of moeder was gestorven. Wanneer ik nu, gezeten Bij 't beeld van mijne moeder, Aan haren dood gedenke, Dan rollen mij gestadig De tranen langs de wangen. Dan zie ik naar den hemel, De woonplaats mijner moeder Aan mij zoo vroeg ontnomen, Dan roep ik, bitter schreyend, U mag ik niet berispen, Hoe zeer ik haar betreure; Neen, Gij zijt wijs en heilig, Mag ik U maar beminnen, Mijn lieven vader eeren, En moeders lessen volgen, Dan zal ik bij mijn sterven Bij U en moeder komen, Wat zal dat zalig wezen.

HET GEWETEN.

Nooit heb ik meer vermaak, dan als ik mijnen pligt

Blijmoedig heb verrigt. Dan smaakt het eten best; dan kan ik vrolijk springen;

En blijde liedjes zingen; Maar ben ik traag of stout, dan ben ik niet gerust;

Dan heb ik geenen lust * In spijs, in drank, of spel; dan wordt mij door 't geweten

Gedurighjk verweten, Dat ik een slechtaard ben, en dat ik nooit een man, a

Zoo doende, worden kan. w

Sluiten