Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Hoofd op zij, of in de hand; En, na lang en hevig strijden,

Werd ik moede en overmand. Dit verdroot mij dagen, jaren,

Daar 't mijn vrijheid mij benam; En ik hield mijn deur gesloten,

Telkens als zij wederkwam. Eindlijk op een winteravond

Sloop ze heimlijk in mijn cel; Poogde vleyend dat te winnen,-

Wat vergeefs was voor 't bevel. 'kWas eerst om haar komst verbolgen ;

'k Zag haar stuursch en zwijgend aan Maar zij weigerde halstarrig,

Zonder antwoord heen te gaan. Na veel twistens troffen we eindlijk

Zamen een gewenscht verdrag; Een verdrag dat vriend en vijand

Van ons beide lezen mag. 'k Wil den inhoud niet verzwijgen,

Ze is, o schrijflust! tot uw lof. Achterhoudend zijn geeft dikwijls

Tot verdenking ruime stof.

„'t Staat haar vrij, mij aan te sporen, ^ „Daar, wanneer, en hoe 't haar lust. ,,'k Moet op hare wenken letten,

„Zelfs ten koste van mijn rust. „Echter mag zij nooit mij dwingen,

„Of betooveren door schijn; „Daarom zullen deze wetten

„Ons, van nu aan, heilig zijn, „Steeds omzigtig, zijne gasten

„Nooit te plaatsen aan een disch, „Waarop zelfs de beste schotel

„Ongezond of smaakloos is. „Niet te haasten, schoon de drukker!

„Ons tot overijling drijft; „Maar met vrienden raad te plegen, \

„Door te denken, eer men schrijft. „Smaak en oordeel zaam te voegen

„Met vermakend onderrigt. „Niemand willens te bedroeven,

Sluiten