Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

A. en B.

Zonnestelsels ! kleine stofjes ! Zingt Zijn liefde en Majesteit! Ja, een schepsel Gods te wezen, Dit aireede is zaligheid!

Aria.

Laat dan dit stipje van 't heel-al Een droppel aan den emmer wezen; Waar ooit een schepsel wonen zal, Wordt nimmer God vergeefs geprezen. Ja, noemt deze aarde een niet, De Godheid hoort haar lied.

Koor.

Die Godheid hoort ons lied; wij zingen, Het hoofd omhoog, een vrolijk lied. Al is 't maar taal van stervelingen, Het koor der engelen woont hier niet, Maar hunne toon zal de onze ook wezen, Als 't licht rijst uit de duisternis; Wanneer de dooden zijn verrezen, En de aarde op nieuw een Eden is.

Recitatief.

Is de nacht niet reeds Eden, Schenkt de nacht geen zaligheden, Bij het licht der avondster? Ja door zonneglans beschenen, Rijst Satumus vrolijk henen! Naast hem wandelt Jupiter.

Solo.

Spoort mij de dag tot danken aan, De nacht doet mij verstommen; En zie ik duizend starren staan, 'k Zie duizend heiligdommen, Waarin mijn Schepper wordt geëerd, Als die 't heel-al regeert.

Sluiten