Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onzen vernuften het Antieke. Hen te willen voorbijstreven zou, naar de meening der meesten, dwaasheid zijn. i)

r!? alt0°s onze modeUen blijven. Zo denken onze meeste digters zo dagt ik ten minste over eenige jaren, en

Zl'h^f mj' daal ^ die Wijze van denken g&rigen had door het lezen van boeken en door gesprekken met anderen.

ioff l } 18 de 7erkeerde weg om te vorderen. Men ™vf*l n geniën hun re"te Plaats aanwijzen, hunne gebreken naspeuren zo wel als hunne schoonheden, en dit

Ïn2e61ilge gunden volgens regels, getrokken uit de menschkunde en zielenleer. Men moest Jrooter eer stellen

™^ ie 1scIïf«ven' dan in Vondel natebootsen; daar

men integendeel elkander heeft willen wijs maken, dat elk j

« ™ ZI? een Di§ter ter navolging moest uitkiezen, i^f W?g is om de Senie uit te blusschen, en ^ 11 TerïelJake staPPen te doen. Men moet ja, goede ff??IUeï bestHdeueren> *> wel als de natuur; men moet hun aizien, Hoe zij hunne vermogens hebben aangewend om te behagen; hoe zij hunne stoffen behandeld hebben; waar in ntJvLTïn111 Z1J ^W^sl^gd zijn; hoe zij de natuur nagevolgd, en waar m zij die mm of meer verlaten hebben.

rm^ „« * e,g?nhjke ltudite van het antieke. Maar een kunstenaar na te volgen en het karakteristieke van zijne voorstelling

l) Dat Van Alphen hier niet zóó zeer kunst en wetenschan veiwart, dat hij in de kunst een voortbouwen op dlTavbefd van een vorig geslacht in absoluten zin mogelijk acht blijkt wel uit de noot die hij hier invoegt: Men begrijpthoop ik dat ik hier met spreke van hun natuurlijk di^gtvermoaen

£5* dn?* £ f6611 Hl °°g bebbe °P dit vermogln zoÖa?s het door kunst en oeffening ontwikkeld en beschaafd was,

behandeld hS 7p de ^Ze -Waa™P ziJ bunRe boffen ffe^okin ^ ° Z-J gemën zijïl> kuïlnen ziJ eigenlijk ff™ ^ '• 01 -geen oeffemng overtroffen worden; maar in dL? lLmlV°ering^n voorstelling van hunne voordbrengsels, door gebrek aan theorie en smaak, onvolkomen ziin kan

vaT m* V°0rbij StleVen- Z° z«n b-v' de BrievmZ^Juïfr van Merken ver boven de Maagdebrieven van Vondel Of er nu na Hooft en Vondel zulke digters zijn, die de natuur CS ge^e als hun heeft gegeven, wil' TZer nZ beslissen. Mijn oogmerk in deze aanteekening is alleen geweest om te beletten, dat men mij verkeerd bfgrijW

Sluiten