Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hunne schoonheden, alle hunne gebreken gewillig daarom vergeeft, om dat men zig verbeeldt, dat, hadden zij hunne verbeeldingskragt en genie minder den vrijen loop gelaten, zij ons beroofd zouden hebben van die schoonheden, welke wij nu in hunne werken bewonderen; en in zo ver is het waar, het geen mij eens iemand tegemoet voerde: „Had „Shakespear in zijn jeugd het ongeluk gehad van een onzer „droge Theoriën der digikunst te lezen, wij zouden beroofd „zijn geweest van een der grootste geniën voor het tooneel." Doch van zulk een klein aantal tot het algemeene te besluiten, en de theoretische beoeffening der kunsten als nadeelig voor de kunstenaars te beschouwen is voorbarig en ongerijmd. Er is een tweede soort van groote geniën, zegt daarom Addison, welken zig zelf door regels gevormd, en de grootheid van hunne natuurlijke talenten aan de verbeteringen en het bedwang der kunst onderworpen hebben. Zoodanig waren bij de Grieken Plato en Aristoteles; onder de Romeinen Virgilius en Cicero; en onder de Engelschen Milton en Bacon. Het is mij ook zeer twijfelagtig of dezen, alleen aan hun genie overgelaten, het zo ver gebragt zouden hebben, als zij nu gekomen zijn. Dit is tenminste zeker, dat het getal van zulke geniën, die buiten staat zijn om zulke schoonheden te leveren, om welken men hun gaarne groote gebreken vergeeft, veel kleiner is, dan dat der zulken, die door de theoretische beoefening hunner kunst, zig zeiven leeren wagten voor grove gebreken, welken men aan hun zo ligt niet vergeven zou. Hieruit kan, dunkt mij, zeer natuurlijk dit gevolg getrokken worden, dat over het algemeen zulke kunstenaars, wien men geen genie ontzeggen kan, egter te weinig genie hebben, om boven de regels te zijn; en dat zij derhalven door eene geschikte beoeffening het veel verder brengen, beter voordbrengsels leveren, en aan hun, voor wien zij arbeiden, meer voldoening geven kunnen, dan bij aldien zij zig louter aan de leiding van hun genie hadden overgegeven. Hadden Virgilius en Tasso louter hun genie gevolgd, en de regels hunner kunst uit Homerus, en de laatste uit Homerus, Virgilius, en anderen, niet getrokken, zij zouden mogelijk nooit zulke goede stukken hebben voor den dag gebragt, als de Aenëis en de Gierusalemme liberata zijn.

Maar is het wel zo zeker daarenboven, dat de eerstgenoemde geniën zo geheel en al zig zelf tot een regel geweest zijn? De zaak is waarlijk niet boven alle twijfeling. Zeker hebben zij ze, noch uit wijsgeerige verhandelingen, noch uit kunst-

Sluiten