Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar daar er mij geen bekend is, zal ik er mij zo lang van bedienen, tot dat men er mij een aanwijst, dat ik als geschikter in de plaats kan stellen. Wij moeten een nieuw woord hebben, en dan is mogelijk luim ten minsten zo goed als een ander.

De woorden humour en laune zijn nieuw, zegt Riedel, schoon de zaak oud is. Het attisch zout der Grieken en de urbaniteit der Romeinen zijn niet anders dan een fijner humour, waarmede zij hunne vriendelijke samenkomsten smakelijk maakten: en hij brengt daartoe een plaats van Quinctilianus bij.

Maar het schijnt mij toe dat het attisch zout en de urbaniteit meer behoort tot geestigheid (wit bij de Engelschen) dan tot het eigenlijke humour.

Men onderscheidt luim in karakter, en luim in de kunstige voorstelling; of met andere woorden, een luimagtig mensch, van een luimagtig schrijver; en te regt. Wij moeten egter beide onder ons oog doen komen, omdat men het laatste niet wezen kan zonder het eerste doortezien.

Welk eene beschrijving geven ons de beste schrijvers van den luim ? Laat ons hen hooren! Congreve zegtx): humour bestaat in eene bijzondere en onvermijdelijke wijze van doen, die een mensch alleen natuurlijk is, en zijne gesprekken en daden van die van anderen onderscheidt. Maar Lord Kaimes is daar mede niet te vrede. Hij gelooft, dat de luim iets onschiklijks bevatten moet, het welk de humouristen in onze agting verkleint. Indien, zegt hij, 2) de beschrijving van Congreve goed is, dan zijn ook bv. heerschende majestueuze gebaarden luim; want een mensch onderscheidt zig daar door zeer sterk van anderen; of ook de natuurlijke vloeiendheid der welsprekendheid, en de juistheid van uitdrukking, die zeldzaame gaven zijn. Niets, wat rigtig en deftig is, wordt humour genaamd, noch ook iets zonderlings in het karakter, m woorden of daden, hetgeen men hoogschat of vereert.

Wanneer wij op het karakter van eenen humourist letten, dan vinden wij, dat het wonderbaare van dit karakter den man in onze agting doet dalen. Wij vinden, dat dit karakter door omstandigheden veroorzaakt wordt, die belagchelijk, onvoeglijk, en juist daarom waardig zijn, dat men er om lacht.

Humour, geestigheid en spotternij, zegt Gehard 3), zijn

x) Essay on humour. Dram-Works. Vol II p. 229.

2) Elem. of Criticism. Vol. I p. 369.

3) On Taste. P. I Ch. 6.

Sluiten