Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hooft behoudt het denkbeeld, maar verandert het beeld, door levendig en treffend te zeggen:

Mijn harders zijn de Goddelijke zorgen.

en voor:

Al ging ick ook in een dal der schaduwe des doods.

zegt hooft:

Af stond ik ook in naarheid onder aarde, En in mijn licht, de doodt —

In den CIII. Ps. vs. 14.

Gedachtig zijnde dat wij stof zijn.

drukt hooft op deze wijze uit:

ffii bii zich zelf, verschoonende onze gangen Zeit: 't is maar stof, daar zij af t' zamen hangen.

en in den CIV. Psalm vindt men er veelen. b. v. vs. 1.

'T veelvoudigh kleedt, van purper, zat vermaalt Met peerlen, goudt, en diergesteent dat straalt Is duister, doof, en maar een kleedt van rouwe Bij 't rijke licht daar ik u in aanschouwe.

en vs. 8. en 9.

'T gebergte stak (toen gij 't Ö vloen ontliept) Ziin kruinen op. Tot hunn' bezette diept Ontvielen toen, en schooven neêr de aaaien. Tzint zedig is de zee, en past op paaien. Dien dwingelandt gij schanst van t aardrijk at, Dat hij 't niet weêr bedelve in 't natte gral.

en vs. 15.

Op dat de zorgh van 't klemmend' harte stuif, Met krachtigh nat ghij zwellen doet de druil; En schenkt ons wijn, schoon, smakelijk en geurig, En vult met vreugd de borst te vooren treurig.

Sluiten