Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Ps. CXIH. vs. 9.

Hij heffende uit het slijk en zandt Den armen, en den kleinen, plant Hen aan der groote vorsten z^jde D onvruchtbaar' huisvrouw, afgemat Van troosteloosheidt, geeft hij, dat Een zuigeling haar borst verblijde.

aileto^nd L'IK d°ch treffende voorbeelden

hSn 'J?- *** navolger> met de daad getoond

hebban L^ Waflljk eene zinnemke en beeldvoUe taal hebben, die van het prose onderscheiden is HetyelfdP tt\ men aantreffen, bijaldien men ook zijne o^^^eli^ ken doorloopt. In zijn Troost in wederspoed*)^ daar hn dit" denkbeeld, na lijden komt blijdschap, ondeTvejichèMeTiTbeel den voordraagt, vindt men veele schoone poëtislhe^geda^en Zune zangen zijn vol aardige tomen en w nZtn waarten ht?d^ bevafiigeWeanan^

hJ°K b^V ,Wannecr h« worstellen wil, hoe men zie door nf faÜ:^ TO0*1 ^ V-maakt, gfbSï

't Gemoed herwenscht verloore vrolijkheden En wentelt in den schijn van het voorleden' Wanneer 't de stapsteen ziet, die 't heeft getreden.

zo ook, aan Leonoor 3):

Woordtjens kunt ghij duizend smeên Die daar, geestigh, aardigh, heên Vliên als minnegoodtjes. Maar tot troost en komt er1 geen Uit d'yvoore slootjes.

Zo spreekt men zeker in prosa niet: en hier uit blükt dan ook, wat men hpHnpH mi

ffpmprirt u^u ~ 6 ° ' &ceu fK Ie voren aan-

s'prlfdertoë™^ ^ ^

1) Versch. Ged. bl. 627.

2) Zangen, bl. 634.

3) bl. 650.

Sluiten