Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mevrouw,

Het behaagde Uwer Majesteit, op voordracht van den Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel, bij besluit van 2 Mei 1919 Nr. 52 eene Staatscommissie in te stellen, met opdracht de volgende vragen te beantwoorden:

i°. Is de bestrijding van het mond- en klauwzeer van Staatswege met het oog op de gevaren voor den Nederlandschen veestapel en het oeconomisch nadeel aan die ziekte verbonden gewenscht? 20. Is het voor de bestrijding en de genezing van het mond- en klauwzeer noodzakelijk, dat een nader onderzoek wordt ingesteld naar de ziekte en hare verschillende eigenschappen? Zoo ja, op welke wijze moet dit onderzoek plaats vinden en hoe kan de Regeering daaraan bevorderlijk zijn? 3°. Hoe kan, in afwachting van de resultaten van dit onderzoek en (lees: of) bij ontkennende beantwoording van de tweede vraag, het mond- en klauwzeer op de beste wijze worden bestreden? Voorts zal gaarne worden vernomen, welke waarde is te hechten aan verschillende in de laatste jaren aangeprezen middelen ter voorkoming en genezing dezer ziekte.

Bij genoemd besluit werd bepaald, dat de leden der Commissie het recht zullen hebben van hun, van de meening der meerderheid afwijkend gevoelen, bij afzonderlijk rapport te doen blijken, terwijl daarbij voorts aan de Commissie de bevoegdheid werd verleend zich desgewenscht door deskundigen te doen voorlichten en dezen als adviseerend lid tot hare vergaderingen toe te laten.

Sluiten