Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

export. Het is de taak der overheid, al datgene te doen, wat mogelijk is, om deze ziekte te bestrijden of haar voortschrijding te beperken, zoo mogelijk het uitbreken te voorkomen.

Van den aanvang af heeft men dien strijd gezocht in afzonderingsmaatregelen ; toen deze niet afdoende bleken te helpen, heeft men door serum-inspuitingen, maar nog meer door het afmaken van verdachte dieren, getracht aan uitbreiding der ziekte paal en perk te stellen. Vooral de laatste bestrijdingswijze is in de laatste jaren doorgezet.

Ik behoef U er wel niet op te wijzen, welke strijd daarvan het gevolg is geweest. Zoodra de regeering op die wijze, ten koste van millioenen gouds, optrad, werd met kracht geprotesteerd.

Herhaalde malen heeft dan ook de vraag, of het stelsel van vee-afmaken moet gehandhaafd worden, een punt van beraadslaging in de Staten-Generaal uitgemaakt.

Ik wil er even aan herinneren, dat in 1915 de motie-TEENSTRA-DE WlJKERSLOOT, mijn ambtsvoorganger noodzaakte, de door hem verdedigde bestrijdingswijze, het afmaken van ziek en verdacht vee, te verlaten.

Toen ik kort na mijn optreden voor de vraag gesteld werd, wat ter bestrijding van de toen uitgebroken epizoötie zou moeten geschieden, heb ik, nadat een door mij ingewonnen advies van het Koninklijk Nederlandsch Landbouw-Comité mij weinig licht geschonken had, besloten, in overeewtemming met bovengenoemde motie te moeten handelen en last te moeten geven tot staking van het afmaken van het vee.

Toch spreekt het vanzelf, dat deze moeilijke kwestie, door dit besluit van den verantwoordelijken minister allerminst opgelost is.

Een nader onderzoek omtrent de vraag, wat in deze materie moet gedaan worden, ligt voor de hand.

Voor dit onderzoek was des te meer aanleiding toen bij de laatste begrootingsdiscussie de Heer van Rappard, die ook tot lid dezer Commissie benoemd is, met nadruk de opmerkzaamheid vestigde op onderzoekingen, die door vreemde geleerden ten opzichte van dit onderwerp verricht zijn. De Heer Van Rappard had toen in het bijzonder het oog op de immunisatie-methode van Cosco en Aguzzi.

Ik behoef er U echter niet aan te herinneren, dat in Duitschland reeds geruimen tijd geleden over ditzelfde onderwerp uitvoerige onderzoekingen zijn verricht.

Een commissie, onder leiding van Prof. LöFFLER, heeft dit vraagstuk met ernst in studie- genomen. Toch is het hem, nóch zijn medewerkers gelukt, deze kwestie tot oplossing te brengen.

Van harte hoop ik, dat het uwer Commissie zal gelukken, de door de regeering gestelde vragen zoo scherp mogelijk te beantwoorden.

Sluiten