Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der klauwen kan de inhoud der blaren naar buiten treden en tot verspreiding van mond- en klauwzeer aanleiding geven.

Dit kan geschieden, nadat de dieren sedert enkele weken of zelfs sedert maanden van de ziekte hersteld zijn. Zulke dieren noemt men kortdurende resp. chronische smetstofdragers en zij kunnen de oorzaak zijn, dat het mond- en klauwzeer in een streek, nadat de ziekte geweken is, eenigen tijd blijft hangen en zij kunnen tot een onverklaarbaar uitbreken der ziekte aanleiding geven.

Blijkbaar zijn het niet alleen de klauwen, waar de smetstof zich na het herstel der dieren zeer lang kan ophouden, doch waarschijnlijk komen daarvoor ook in aanmerking bepaalde andere plaatsen bij het dier, waar de smetstof zich tijdens de ziekte gelocaliseerd heeft.

Men mag aannemen, dat behalve in de genoemde verborgen blaren aan de klauwen, de smetstof geruimen tijd schuilhoeken vindt in scheuren en tusschen losse hoorngedeelten, resp. aan de wanden en aan de zolen der klauwen.

Indien de smetstof op deze plaatsen o.a. aan de voorklauwen tegen het intreden van rotting beschut is, kan zij misschien de oorzaak zijn, dat het monden klauwzeer ergens onverwacht uitbreekt door dieren, die reeds lang van de ziekte hersteld zijn. Volgens BartelüCEI kunnen runderen nog twee maanden, volgens LöFFLER nog zes maanden na het verdwijnen der blaren andere dieren besmetten. Zelfs bestaat een mededeeling, volgens welke een stier, nadat hij 2l/2 jaar van mond- en klauwzeer genezen was, de ziekte op andere dieren overbracht.

Uit mededeelingen van Bang blijkt, dat in Zweden de ziekte geïmporteerd werd door een stier, die eenige maanden geleden aldaar uit Holland werd ingevoerd.

Deze stier had een hoornscheur aan een klauw, welke scheur voor het uitbreken der ziekte in Zweden zich verwijd had.

Dat de smetstof aan de klauwen lang in levensvatbaren toestand aanwezig kan blijven, wordt door BöHM bewezen, die met deeltjes van hoorn van dieren, die acht maanden geleden van de ziekte hersteld waren, andere dieren kon besmetten.

Ook Conradi deelt een dergelijke proef met positief resultaat mede.

Nevekmann heeft een geval medegedeeld, waarbij een dier acht maanden, nadat het genezen was, de ziekte in een gezonden koppel bracht.

ASSEL bericht van de overdraging der ziekte door een dier, dat reeds 251 dagen van de ziekte genezen was.

Ook in Nederland is het voorgekomen, dat nieuw aangekochte runderen ziek werden, wanneer zij werden gebracht in stallen, waar de ziekte geruimen tijd geleden had geheerscht.

Het bestaan van smetstofdragers is niet alleen in de diergeneeskunde, maar ook in de geneeskunde van den mensch wel bekend.

Sluiten