Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

matige hartslag en een zeer onregelmatige pols aanwezig zijn. Blijkbaar behooren tot deze groep ook die gevallen, die met gedeeltelijke of volkomen verlamming, inzonderheid van de achterhand en van het slikvermogen, gepaard gaan.

Groep III. Tot deze groep behooren plotselinge, echter zeldzame sterfgevallen, die voorkomen, als de dieren reeds eenige dagen aan de beterhand zijn.

Bij de bovengenoemde verschillende groepen mag men wel aannemen, dat de ontsteking van de hartspier door het mond-en klauwzeervirus een voorname oorzaak der sterfgevallen is. Het hart van het rund schijnt onder bepaalde omstandigheden een locus minoris resistentiae voor de smetstof van het mond- en klauwzeer te zijn.

Men heeft deze sterfgevallen zelfs zien optreden bij dieren, die onder gunstige hygiënische omstandigheden gehouden werden.

Men is geneigd de oorzaak toe te schrijven aan eene hoóge virulentie (hoog ziekmakend vermogen) der mond- en klauwzeersmetstof.

Hierdoor zouden wel verklaard kunnen worden de gevallen onder groep I aangegeven, maar niet die, onder 'groep II en III genoemd.

Men kan ter verklaring van deze plotselinge sterfgevallen ook rekenschap houden met een specifieke pathogeniteit van de mond- en klauwzeersmetstof voor een bepaald orgaan, in casu, het hart. Heeft de smetstof van het mond- en klauwzeer zich eenmaal geaccomodeerd om te groeien in de hartspier, b.v. tengevolge eener herhaalde passage door kalveren met hartinfectie, dan zou men mogen aannemen, dat zij op het laatst een specifieke pathogeniteit verkrijgt voor het hart, niet alleen van het kalf, maar ook van de koe.

Wanneer deze meening juist zoude zijn, dan zou het mond- en klauwzeer met speciale localisaties in het hart ook bij koeien meer voorkomen in tijden, dat er meer jonge kalveren zijn.

De waarnemingen in Nederland tijdens de laatste epizoötie opgedaan, zijn met deze meening niet in strijd, aangezien vooral in den voorzomer, toen veel kalveren geboren waren, de genoemde sterfgevallen vooral zijn voorgekomen.

Het schijnt evenwel, dat deze hartinfectie door het verblijf der dieren in het weiland bevorderd wórdt. Wanneer vooral kalveren, aangetast door mond- en klauwzeer en met hooggradige koorts, in het weiland aan weer en wind en koude nachten worden blootgesteld, is het verklaarbaar, dat ook hierdoor de aggressieve werking van de mond- en klauwzeersmetstof bevorderd wordt. Komen daarbij in mond, keel en darmen ontstekingsprocessen voor, waarbij zich bacteriën ontwikkelen, die toxische stoffen produceeren, dan zullen ook deze stoffen het weerstandsvermogen der aangetaste dieren doen dalen en het letaal verloop bevorderen.

Proteusbacillen, bacillus pyocyaneus, bacillus pyogenes en colibacillen komen hierbij vooral in aanmerking.

Sluiten