Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zachtzinnig behandelt, en de hygiëne tot in de kleinste bijzonderheden toepast, zal het ontstaan dezer uierontstekingen tot zekere hoogte tegenhouden.

Een goede melkkoe, door mond- en klauwzeer aangetast, die verplicht is onveranderlijk met gevulden uier in een te nauwe standplaats te blijven staan en die niet op haar gemak rustig kan blijven liggen, zal daardoor een uierontsteking krijgen, welke bij een volkomen hygiënisch verpleegd dier, zich in den regel niet zal ontwikkelen.

Bij het melken moet men eveneens met zachtzinnigheid te werk gaan, want het ligt voor de hand, dat overtollige mechanische inwerkingen, waaraan een gezonde koe weerstand biedt, bij een door mond- en klauwzeer aangetaste koe tot uierontsteking aanleiding geven.

Men moet de uiers goed en op tijd uitmelken. Goede melkgeefsters melke men een keer meer per dag.

De bacteriën, die de uierontsteking veroorzaken, treden door het tepelkanaal in den uier en deze bacteriën vinden in de uitwendige tepelopening en in de kleine hoeveelheid biologisch veranderde melk, die aldaar blijft hangen, de voorwaarden voor haar groei aanwezig.

Men zal goed doen na het melken de tepelopening in te smeren met een doelmatige zalf, teneinde het doordringen van bacteriën in den uier tegen te gaan. Bij droge koeien make men gebruik van jodoform-collodium. Is eene uierziekte tot stand gekomen, dan raadplege men den veearts, en men moet er rekenschap mede houden, dat ook de uierziekte, die bij of na mond- en klauwzeer ontstaat, eenigermate besmettelijk is voor aan mond- en klauwzeer lijdende dieren, om welke reden een dergelijk dier moet afgezonderd worden. Men zorge, dat bij het melken de bacteriën van den aangetasten uier niet op gezonde uiers worden overgedragen.

Uierontstekingen bij runderen, lijdende aan mond- en klauwzeer, ontstaan ook bij dieren, die in het weiland verblijven.

Het is buiten twijfel, dat te veel beweging van een koortsig dier en de invloed der koude nachten en weersinvloeden in het weiland het ontstaan van uierontstekingen bevorderen.

Het opstallen der door mond- en klauwzeer aangetaste dieren, verdient steeds aanbeveling, inzonderheid ook met het oog op aangetaste kalveren.

Vooral de koude nachten in voor- en najaar bevorderen de sterfte onder de aangetaste dieren.

Kalveren, die niet aangetast zijn, kunnen in het weiland verblijven, indien zij voortdurend van het overige vee gescheiden gehouden en zoo mogelijk tijdig met serum ingespoten worden.

Het zal overbodig zijn te vermelden, dat kalveren alleen melk mogen hebben van onbesmette koeien. Is deze niet beschikbaar, dan moet de melk vooraf tot

Sluiten